Voortplanting

Vraag en antwoord karper en karperbeheer

We krijgen bij de BVK zo nu en dan vragen over karper en karperbeheer van geïnteresseerde volgers. Het lijkt ons de moeite waard om vraag en antwoord bij gelegenheid ook met jullie te delen. Wij hebben bij de BVK niet de wijsheid of waarheid in pacht, maar denken met onze expertise vragen op het gebied van de biologie van karpers en karperbeheer wel vaak zinvol te kunnen beantwoorden. We hebben daarom op onze website onder ‘Artikelen’ de nieuwe rubriek ‘Vraag en Antwoord’ toegevoegd.

Krimpende karperstand

Directe aanleiding voor de eerste publicatie in deze nieuwe rubriek op onze website is een vraag van Roeland Meijs over de oorzaak van het krimpen van de karperpopulatie in Flevoland. Maar het kon net zo goed over de randmeren gaan of de Benedenrivieren: die krimp is namelijk een fenomeen dat we sinds 2000 op menig watercomplex hebben waargenomen.

Roeland met een volwassen verwilderde schub uit Flevoland

De exacte vraag en het antwoord van de BVK kun je lezen door op de onderstaande link te klikken.

Lees hier de vraag van Roeland en het antwoord van de BVK 

FacebooktwittermailFacebooktwittermail

SKP-KGT van start!

SKP-KGT, zeg je? Jep, de afkorting voor SpiegelKarperProject Kanaal Gent – Terneuzen.

In de spiegel van de maand mei 2019 ‘De Zilte Vlaming’ werd het al aangekondigd: er was een aanvraag ingediend voor een uitzetting op het KGT. Zonder grote tegenslag zou er kunnen worden uitgezet in de winter van 2020-2021. Tegenslag bleef uit en afgelopen weekend was het zover.

Situering

Het Kanaal van Gent naar Terneuzen is de verbinding tussen de stad Gent in België en de Westerschelde ter hoogte van Terneuzen in Nederland.  De lengte bedraagt ongeveer 32 kilometer, waarvan zowat de helft op Nederlandse grond. De gemiddelde breedte is 140 meter. Omgerekend zo’n 450 hectare kanaal. Tellen we daar de dokken bij op, resulteert dit in een totale oppervlakte van zowat 620 hectare.

Het KGT bij Sas van Gent, de grens tussen Nederland en België

Zoet, brak, of toch zout?

Via de Westerschelde heeft het kanaal Gent – Terneuzen een ‘rechtstreekse’ verbinding met de Noordzee. De verbinding tussen de zoute Westerschelde en het in principe zoete Kanaal van Gent – Terneuzen wordt momenteel gevormd door drie parallelle schutsluizen bij Terneuzen: de Westsluis bestemd voor de zeevaart, de Oostsluis bestemd voor de binnenvaart en de Middensluis. Die Middensluis is de oudste van de drie en wordt momenteel vervangen door een nieuwe grotere sluis vergelijkbaar met het formaat van bijvoorbeeld de sluizen bij IJmuiden en Antwerpen. Deze sluizen worden druk gebruikt, vele tienduizenden schepen passeren er jaarlijks onderweg naar de havens van Terneuzen en Gent.

Bovenstaand zorgt voor verzilting van het ‘zoete’ kanaalwater. In de winter is die verzilting eerder laag, dankzij de hoge waterafvoer richting Westerschelde. In de zomer vormt zich een zouttong, die zich tot in Gent uitstrekt. Die zouttong is zwaarder dan zoet water, dus ook hoe dieper hoe zouter.

De metingen van het meetnet Kanaal Gent-Terneuzen van HMCZ geven een zeer duidelijk beeld van de variatie van het zoutgehalte in het kanaal Gent-Terneuzen. Bijgaand grafiekje is dan ook de logica zelve: hoe verder je (meer richting Gent dus) gaat meten, hoe lager het zoutgehalte.

Dieptegemiddelde zoutgehalte kanaal Gent Terneuzen

Kansen voor een SKP

Ons veranderende klimaat, met meer periodes van droogte, zal in de toekomst voor nog meer verzilting gaan zorgen, en niet alleen op het kanaal Gent – Terneuzen. We herinneren ons bijvoorbeeld allemaal nog de droge zomer van 2018, toen het IJsselmeerwater te zout werd om er nog drinkwater van te maken.

Een Spiegelkarperproject op het kanaal Gent – Terneuzen met volledige monitoring, dus inventariseren en opvolgen van de individuele karpers door terugmeldingen van vangsten, kan in Vlaanderen als een pilootproject fungeren om een indruk te krijgen van de mogelijke effecten op de overleving groei en migratie van karpers in dit brakke water. In Nederland werd er al eerder uitgezet op (licht) brak water. Zo zijn er uitzetlocaties van SKP Friese boezem dichtbij de Waddenzee, maar ook op ’t Haringvliet (SKP Benedenrivieren). Flink wat jaren terug publiceerde de BVK trouwens nog een fascinerende spiegel van de maand met flinke zouttint. Klik hier om doorgelinkt te worden naar dat artikel.

Terugmeldingen kunnen ons antwoorden geven op de volgende vragen:

  • Hoe is de groei van de projectspiegelkarpers op KGT in vergelijking met projectspiegelkarpers vanop zoet water (verschil in voedselaanbod – soort voedsel)?
  • Hoe is de migratie/trekgedrag van projectspiegelkarpers? Is deze periodiek/seizoensgebonden? Zoutgerelateerd? Is er sprake van een pendelbeweging?
  • Wat is zowat het maximale zoutgehalte waarin karper zich spontaan beweegt?
  • Hoe groot is het gevaar van uitspoelen en niet meer terug kunnen keren?

Naast het feit dat de projectspiegelkarpers als ‘marker’ van de populatie fungeren, zorgen ze uiteraard ook voor een grotere diversiteit. Op vandaag overheerst in dit kanaal het type verwilderde schubkarper.

Uitzetten maar

Op 12 december 2020 was de langverwachte eerste uitzetting. Corten leverde in totaal 130 kg driezomerige spiegelkarper. De inmiddels gekende Tsjechen. Vissen met een gemiddeld gewicht dat tussen de 1.5 en 2.5kg schommelde. Om eventuele verplaatsingen van karper vanaf het begin al goed te kunnen volgen, werd er op twee plaatsen uitgezet. 40kg werd ter hoogte van Rieme (vlakbij de Nederlandse grens, plankfoto met R voor het nummer) uitgezet, de overige 90 kg kreeg Gent – Dampoort (plankfoto van D voor het nummer) als uitzetlocatie.

Omwille van corona werd er met een beperkt groepje vrijwilligers uitgezet. Veiligheid voorop, ook voor de uitzetters van dienst!

Marc Paulus neemt het monitoren van dit SKP voor zijn rekening. De BVK kijkt nu al uit naar de eerste meldingen, en later ook de eerste tendensen. Marc kan je bereiken via de bekende ‘social media’, maar uiteraard ook via mail op nightfall1963@gmail.com

Veel succes en plezier, Marc!

Jong geweld voor KGT. De mondmaskers zijn we inmiddels gewoon…

FacebooktwittermailFacebooktwittermail

Paai van een k3

Het was even wachten op de eerste paaibeelden van 2020. Mike Molleman, matcher van SKP-Wilnis en SKP-Vinkeveense plassen maakte dit bijzondere filmpje van paaiende karpers in de polder.

 

En ja tussen de schubkarpers zwemt wel degelijk een jong spiegeltje. Je bent matcher of niet!  Mike maakte een printscreen (‘still’) en op die still ontdekte hij dat het om no. 71 van de uitzetting van najaar 2019 gaat.

Mike maakte een printscreen ('still') en op die still ontdekte hij dat het om no. 71 van de uitzetting van najaar 2019 gaat.

Mike maakte een printscreen (‘still’) en op die still ontdekte hij dat het om no. 71 van de uitzetting van najaar 2019 gaat.

Opmerkelijk in veel opzichten. De vis (een ‘EDKO’ van najaar 2019) bleek al een aardige reis achter de rug te hebben van zo’n 7 km door de polder. Maar is deze k3 (drie zomers) niet een beetje jong om zich te mengen in dit paaifestijn? Te zien aan het gedrag van de karpers is no. 71 een kuiter. Dat typische ‘optillen’ en stoten van de hommers tegen het buikje van no. 71 dient ter stimulering van het kuitschieten.

De vis (een 'EDKO' van najaar 2019) bleek al een aardige reis achter de rug te hebben van zo'n 7 km door de polder.

De vis (een ‘EDKO’ van najaar 2019) bleek al een aardige reis achter de rug te hebben van zo’n 7 km door de polder.

Karpers zijn behoorlijk vroeg paairijp. Robert Paul Naeff ontdekte vorig jaar zelfs vingerlingen in een vijver met louter k2 karpertjes. Die snelle vruchtbaarheid is natuurlijk een wapen om de soort in stand te houden. Wel is het zo dat hoe ouder de karper is hoe meer hom en kuit de vis bij zich draagt.

De kans dat de paai in dit deel van de polder succesvol zal zijn is gering. Helder en plantenrijk betekent veel jonge snoek en jonge aanwas is dan eigenlijk altijd kansloos. Vandaar dat ook in deze polder, waar ook de Vinkeveense plassen deel van zijn, verantwoorde SKP-uitzettingen nodig blijven voor een mooie gevarieerde karperstand!

FacebooktwittermailFacebooktwittermail

Kweekescapades van een BVK-er in Frankrijk

Niet alle bezoekers van onze website zullen gezien hebben dat we ook een kopje ‘zelf kweken’ hebben. We zijn er als BVK heel blij mee dat Robert Paul Naeff zijn recente ervaringen met (op)kweken van karpers in z’n eigen water in Frankrijk met ons wil delen. Robert Paul laat bovenal zien dat het zelf karpers (op)kweken, weliswaar heel boeiend is, maar veel minder gemakkelijk dan veelal wordt aangenomen. Hij gaat bij zijn kweekescapades in de weer met de legendarische bloedlijn van Leney (Redmire) en de fraaie nakomelingen van een spontane paai van het bekende meer van Villedon.

Wat ons betreft is dit het een begin van een mooie reeks! Lees hier verder

FacebooktwittermailFacebooktwittermail

Paaisucces!

Midzomer berichtten wij hier al over de mogelijke gevolgen van de recordwarme zomer voor het paaisucces van karper. Op grond van positieve ervaringen met lange zomers durfden we al te dromen van een flink geboorteoverschot van karper in open water. We maakten toen de vergelijking met 1976 en 2003, warme zomers die voor het open water iets opleverde wat je het beste kan omschrijven als een superuitzetting.

Sinds vorige week stromen de berichten binnen over jonge karpertjes, aangetroffen in netten van beroepsvissers of gevangen door witvissers. Karpertjes van 10 tot 18 cm. Het begint er dus echt op te lijken dat we op veel wateren, met de nodige mitsen en maren, een nieuwe generatie verwilderde karpers mogen begroeten. Maar waar de geboortegolf in 1976 en 2003 voor zeker 90% bestond uit schubkarpers maken de berichten van nu melding van een behoorlijk percentage spiegelkarpers! Dat zou uniek zijn. Maar niet onlogisch als je weet dat in veel open water de afdeling spiegelkarper van de karpergemeenschap dankzij onze SKP-uitzettingen flink is uitgedijd.

Bij visreddingen in droogvallende beken in het oosten van Nederland werden van de zomer al opvallend veel vingerlingen aangetroffen met een behoorlijk percentage spiegels. (Foto: Frank Bosman)

We zijn er nog niet! Er komt eerst nog een lange winter aan, helaas vaak zonder beschermende vegetatie of andere dekking en dan heeft onder meer snoek vrij spel. Safe is het overgrote deel van deze natuurlijk lichting pas over een jaar.

En stel dat de overleving van wilde spiegels 2018 goed is, valt dan, met al die nieuwe niet gefotografeerde flanken, de SKP-monitoring niet om? Met dat bijltje hebben we vaker gehakt. Illegale en/of ongemonitorde uitzettingen bemoeilijken de matching net zo goed, maar als je ongevonden spiegels alsnog mee laat draaien in je bestand is er niet veel aan de hand.

Dus laat die geboortegolf 2018 maar over het open water komen!

Wij zijn in ieder geval van plan deze nieuwe semi-natuurlijke lichting op de voet te volgen. Het kan ons veel leren over de voorwaarden voor paaisucces van karper.

Mocht je komende maanden jonge karpertjes aantreffen: Laat het ons weten en vergeet geen foto’s te maken!

FacebooktwittermailFacebooktwittermail