Voortplanting

Voortplanting van karper opgevat als vermenigvuldigen van de soort is geen vanzelfsprekendheid. Het afpaaien van karper vindt vrijwel jaarlijks plaats maar het succes ervan is heel verschillend en zeer afhankelijk van een scala van juiste omstandigheden. Er gaat in het klimaat van de lage landen heel veel mis in verschillende stadia van de ontwikkeling van eitje tot vis van 3 zomers oud (k3).

Paai verwilderde schubkarper en projectspiegel - Foto Boudewijn MargadantToch zijn er heel wat watersystemen, met name ondiepe polders, in Nederland waar karper zich al eeuwenlang zelf in stand houdt en dat tot dichtheden van meer dan 500 kilogram per hectare. Ook op grote open watersystemen redt karper het soms erg goed. De randmeren, Benedenrivieren, Rijnlands boezem en in mindere mate IJsselmeer, Markermeer en IJmeer zijn systemen waar de karper zich zonder uitzettingen decennia goed heeft gered. In België zwemt in het zeekanaal Brussel-Schelde een zichzelf in standhoudende populatie rond. Die bestanden kennen een karakteristieke piramideopbouw met veel jonge aanwas en een kleine toplaag aan grote vissen (15 kilo plus).

Tussen 1970 en 2000 waren op die systemen de dichtheden aan karper behoorlijk. Het succes van voortplanting neemt echter in de grote watersystemen vanaf 2000 (sterk) af. Er zijn nog steeds jaren met ‘bevolkingsoverschot’ maar die worden steeds zeldzamer. Het is opvallend dat aan het eind van lange droge zomers (bijvoorbeeld 1975 en 1976, 1983 begin jaren ’90, 2003 en 2006) er op heel wat wateren waar normaal geen of nauwelijks jonge aanwas wordt aangetroffen, ineens sprake was van een overschot aan k1 karpertjes in het najaar. Er komen veel meer eitjes en karperlarven tot ontwikkeling bij lang aanhoudende hogere (en waarschijnlijk ook redelijk constante) watertemperaturen. Wanneer het  eerste succes echt groot is kan de fanatieke predatie die er op jonge karpertjes is kennelijk (voorlopig) niet op tegen de macht van het getal. Wat daarbij wellicht ook speelt is dat het succes van andere soorten in dergelijke weersomstandigheden eveneens groot is, dus predators in die overvloed meer keuze hebben.

In veel literatuur over voorplanting van karper wordt geschikt paai substraat en geschikte opgroeimogelijkheden essentieel geacht. K1tjesDat zou betekenen dat plantenrijk water gunstig is voor de instandhouding van natuurlijke populaties van karper. In de praktijk blijken plantenrijke wateren echter zelden zichzelf in stand houdende karperpopulaties te bevatten. Daar is een voor de hand liggende verklaring voor. In plantenrijke (dan spreken we over onder gedoken waterplanten en veel minder over drijfbladplanten) wateren doet snoek het meestal ook erg goed. Snoek is waarschijnlijk de grootste predator van karpertjes in de fase van larve tot k2 en zelfs tot k4.

Op de grote watersystemen in Nederland (bijvoorbeeld Maas, IJssel, randmeren), waar sinds een jaar of tien duidelijk sprake is van toename van onderwaterplanten, betekent een succesvolle ‘rekruteringszomer’ niet dat dat paaisucces de Kerst haalt.  Waarschijnlijk is dat wanneer aan het eind van het jaar de ondergedoken waterplanten zijn afgestorven en (jonge) snoek alsnog de kans schoon ziet de ‘blootliggende’ karpertjes te grijpen. De eerste winter (is ook geconstateerd in vijverproeven) doorkomen is (los van predatie) de volgende grote horde voor karpers. Wanneer de k1-karpers onvoldoende vetreserves hebben redden ze het niet. Het weer in de eerste winter is bepalend. Sterk wisselende watertemperaturen zijn het meest ongunstig. Dan blijven de visjes te actief en raken door hun reserves heen.

Prikkelende vragen met betrekking tot voortplanting en opgroei:

  • Zijn schoner water en veel onderwaterplanten gunstig of ongunstig voor de voortplanting en opgroei van karper?
  • Wat is de invloed van de (oprukkende) meerval op het voortplantingssucces van karper?
  • Hoe kan de grootste aalscholverkolonie en een van de dichtst bezette wateren van Nederland naast elkaar bestaan, (Oostvaardersplassen) ?
  • Welke factoren bepalen (precies) het succes of falen van natuurlijke aanwas van karpers?
  • Hoe zit het (precies) met het verband tussen het chloride (zout) gehalte van een water en het voortplantingssucces van karper?
  • Welke inrichtingsmaatregelen zijn nuttig om de overleving (opgroei) van karperbroed te bevorderen?

 Bronnen en relevante artikelen

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail