September 2018 – De Speciale Rijen

Onlangs ontving ik van Boudewijn Margadant een dozijn ‘stills’ (bevroren beelden) van zijn onderwatercamera gemaakt op de Nieuwe Meer. Opvallend veel pas uitgezette karpers lieten zich bewonderen. Boudewijn vroeg speciale attentie voor een rijenkarper, maar in een drukke matchtijd zag ik die still aanvankelijk over het hoofd.Gelukkig maar dat Boudewijn de rijen later wist te vangen zodat we ‘m konden matchen en goed konden bekijken. Een echte rijen blijft iets bijzonders!

‘Still’ en vangstfoto van de rijen ( Boudewijn Margadant)

Deze karper was me zelfs al opgevallen bij het op de plank zetten in november 2016. De nette rij van kleine diepliggend schubben, de aparte kleur, maar ook de kwaststaart. Deze rijenkarper komt van karperkweker EDK0-vis die spiegelkarper en edelschubs verkoopt onder de naam Special Carp. Het was bij die lichting een van de zeldzame echte rijenkarpers.

Er is nog iets aan deze rijenkarper wat gelijk opvalt: een vrij vers litteken op beide flanken. Het was Boudewijn die me wees op de vorm van dat litteken. Zou dat niet een kaak van een meerval kunnen zijn?

Genoeg reden om deze Speciale Rijen eens aan een onderzoekje te onderwerpen.

 

Herkomst

 

Om na te gaan hoe deze rijenkarper genetisch in elkaar zit moet je weten dat EDKO-vis voor elke kweek ouderdieren zorgvuldig uitkiest en vervolgens afstrijkt. Dan is de kans op grote verrassingen niet zo waarschijnlijk. Een rijenkarper heeft een ander genenpatroon dan een spiegelkarper. Rijenkarpers zijn dan ook geen bijproduct van het kruisen van twee spiegelkarpers. Dat er dan toch rijenkarpers tussen de levering van 2016 zaten is waarschijnlijk terug te voeren op de spontane paai die in de opgroeisloten (peilvakken) van EDKO-vis optreedt. In die peilvakken blijft een ratjetoe aan karpers achter dat in voorgaande jaren niet is afgevist, plus de autochtone verwilderde schubs. Bovendien zijn daar in het verleden ook Hongaarse ouderdieren (spiegels en leders) in uitgezet. De kruisingen die daar ontstaan zijn zeer gevarieerd en een kruising tussen schubkarper en een lederkarper of een schubkarper met een rijenkarper leveren wel degelijk een percentage rijenkarpers op. http://www.karperbeheer.nl/karperkweek/genetica/

 

Een andere rijen uit de 2016-lichting Special Carp

 

Dat de Speciale Rijen genetisch afwijkt van z’n teilgenoten blijkt ook wel enigszins uit de groei die flink achterblijft in vergelijking met die teilgenoten van deze zeer mooie lichting. Van deze k3 2016-lichting worden nu al vissen gemeld van 10 kg en iets meer. Deze was nog niet de helft in gewicht. Waarmee overigens zeker niet is gezegd dat snelle groeiers groter worden dan trage groeiers! Maar dat onderwerp is voor een andere keer.

 

 Meervalvoer?

 

De vorm van het litteken roept bij mij associaties op met  een haai (Jaws inderdaad…), maar een meerval is toch waarschijnlijker…

 

In het ‘kennisdocument meerval’ vond ik het volgende over de meerval:  “Ondanks zijn roofzucht heeft een meerval een vrij zwak gebit. In de boven en onderkaak bevindt zich een plaat met kleine, naar achter gerichte tandjes, aanvoelend als grof schuurpapier (Mihálik, 1982). Deze dienen er alleen maar voor om een prooi even vast te kunnen houden om deze vervolgens in zijn geheel in te slikken (OVB, 2000). Dit is waarschijnlijk de reden dat de meerval kleinere vissen lijkt te eten, dan verwacht zou worden op grond van zijn lichaams- en bekgrootte (Adámek et al., 1999; Wysujack & Mehner, 2005).”

 

Gezien de grootte van het litteken was de agressor geen monstermeerval. De Speciale Rijen zal immers niet veel groter dan 60 cm zijn geweest ten tijd van de aanval. Voor de meerval was die rijen sowieso een forse prooi. Dat kan natuurlijk goed de reden zijn dat de Speciale Rijen het avontuur heeft overleefd.

Meervallen van dergelijk formaat tref je in Rijnlands boezem (nog) niet aan. In rivieren in Frankrijk en Spanje bereiken uitgezette meervallen en hun nakomelingen sinds de jaren 1990 duizelingwekkende afmetingen. Die meervalpolulaties hebben thans wel degelijk een flinke impact op de visgemeenschap. (Foto: Robert Paul Naeff)

 

Blijkt uit dit geval dat  meerval een  reële bedreiging is voor de uitzetkarpers ter plekke? Nee, dat is niet aannemelijk. De Nieuwe meer maakt deel uit van Rijnland boezem, een plassengebied dat is overgebleven van de voormalige Haarlemmermeer. Het oorspronkelijk leefgebied van de meerval. Die meerval is sinds de jaren negentig aan een mooie opmars begonnen en hoewel de Nieuwe Meer geen ideaal leefgebied is (te weinig schuilmogelijkheden) duiken ze daar wel steeds vaker op.  Nog los van de zeldzaamheid van meerval is het aanbod van kleinere prooien, brasem en voorn vele malen groter en een karper is hoe dan ook een brede sterke vis. Ook snoeken hebben het moeilijk met karper(tjes), zeker als ze hoog gebouwd zijn, maar grote snoek is wel beter toegerust om grote prooien aan te kunnen. Toch geldt ook voor snoek dat deze zelden grote impact heeft op de overleving van k3-uitzetkarpers.

 

Bovendien, als je de groeikracht van uitzetkarpers ziet beslaat de voor predatie (van snoek, meerval en aalscholver) kwetsbare periode hooguit één groeiseizoen. Het relatief hoge terugmeldpercentage van SKP’s in Rijnlands boezem, inclusief die van het zuidelijk deel, waar een relatief groot bestand aan meerval huist, wijst daarop.

 

Iets heel anders is de fase van karperlarve tot karpertjes van circa 25 cm. Van snoek is bekend dat ze uitermate effectief zijn in het ‘opruimen’ van karpertjes in die fase. Ook van meerval is dat onderzocht:  “In vijverexperimenten waarin het consumptiegedrag van de roofvissoorten snoek, snoekbaars en meerval (0+) werd onderzocht, bleek dat de meerval een met snoek vergelijkbare gewichtstoename en consumptie van cypriniden vertoonde (Raat, 1990).”

 

In de opgroeizones van karpertjes zal aanwezige meerval de natuurlijke karperstand dus zeker beïnvloeden. Meteen gezegd hebbende dat in Rijnlands boezem karper en meerval al honderden jaren prima samen gaan. Het aandeel van verwilderde schubs is in dit boezemsysteem nog altijd relatief groot.

 

De Nieuwe Meer in de jaren 1980 (foto: Robert Paul Naeff)

 

Toch zijn uitzettingen hier vanuit karpervissers bekeken zeker geen overbodige luxe. Het vergroot de variatie en het aandeel groter groeiende karpers. Goed en mooi dus dat het waterschap toestemming heeft gegeven om de komende vijf jaar in dit uitgestrekte boezemsysteem (beperkt) karper uit te zetten.

 

Uiteraard gaan we die weer op de voet volgen! Met de hengel of voor de camera…

 

Joris Weitjens

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail