Maart 2018 – De kale Corten

Inleiding

Hoewel de BVK zich natuurlijk vooral bezighoudt met het wel en wee van spiegelkarpers die uitgezet worden op open water zoals rivieren, kanalen en meren en de meeste publicaties daar over gaan is er wel degelijk ook interesse in de levensloop van spiegels die worden uitgezet op afgesloten water. Een van de eerste zaken waar je namelijk mee te maken krijgt als je vis gaat uitzetten is dat een groot deel verdwijnt en nooit meer terug gevangen wordt. Op groot open water is het meestal moeilijk na te gaan wat er met de verdwenen vissen is gebeurd. Zijn ze weggevangen, opgegeten door predators of hebben ze het loodje gelegd door ziekte, stress, waterverontreiniging enz. Vragen waar je niet makkelijk een antwoord op krijgt. Op een afgesloten water zijn dergelijke zaken wat beter in de gaten te houden en krijgen we bij de BVK daardoor ook meer inzicht in de jaarlijkse verliezen binnen een karperpopulatie. Het is daarbij vooral van belang om een inzicht te krijgen in de potentie qua weerstand, gezondheid, groeisnelheid e.d. van de verschillende spiegelkarperrassen en bloedlijnen die vandaag de dag worden aangeboden. We volgen de karpers dus ook op kleinschalige systemen. Dit betreft dan meestal water in Nederland en België, maar in een enkel geval ook in het buitenland zoals Frankrijk. Het verslag gaat dit keer over een vis op m’n eigen meertje.

Een mini SKP op afgesloten water

Een mini SKP op afgesloten water

De kale Corten

Het was een koude en natte winter in dit deel van Frankrijk geweest en pas in de loop van maart 2018 startte ik met af en toe wat penvissen. Gewoon met zoete mais uit blik. Een van de eerste vissen die ik ving was een puntgave dikke spiegel met weinig schubben die ik niet gelijk thuis kon brengen. Hij leek wat te groot voor een jonge ‘Cortenspiegel’, maar te klein voor een van de ‘originals’ waarvan verscheidene tegenwoordig over de 15 kilo heen gaan. Snel op de PC gekeken in de map met eerder gevangen ‘stockvissen’. Daar zat hij niet bij. Dan in de map van ‘nooit meer terug gevangen karpers’ en ja hoor daar was hij. Een snelle groeier die in twee groeiseizoenen van 1 kilo naar 9 kilo groeide en ook nog al die tijd de dans had weten te ontspringen.

De kale Corten tijdens de uitzetting in december 2015

De kale Corten tijdens de uitzetting in december 2015

 

De kale Corten in maart 2018. Maar liefst acht kilogram zwaarder.

De kale Corten in maart 2018. Maar liefst acht kilogram zwaarder.

 

Karperbeheer

Terug in de tijd. In december 2013 kocht ik een huis met een bijbehorend 2,7 ha. groot stuwmeertje in het zuidwesten van Frankrijk. De bedoeling van de aankoop van het meer was om er in alle rust te kunnen vissen, bij te leren over het gedrag van karper, te experimenteren met verschillende vistechnieken en systemen, maar vooral ook om meer inzicht te krijgen in groeipotentie, optimale voedertechnieken en daarbij wat kleinschalige karperkweek te kunnen bedrijven zonder gestoord te worden door andere karpervissers.
Al snel bleek dat het ging om een hongerig water ofwel een ‘runs-lake’ met een beperkte roofvisstand. Er zat veel te veel vis. Vooral karper, maar het blankvoornbestand mocht er ook wezen. Met een geschatte populatie van zo’n 400 karpers (vrijwel uitsluitend verwilderde schubkarpers) op ruim 2,5 ha. weet je dat de karpers nooit tot volle wasdom zullen komen en dus moest er rigoureus ingegrepen worden. In de loop van de tijd zijn er zo’n 350 karpers verwijderd die zijn weggegeven en elders uitgezet. Tevens werden er drie soorten roofvis geïntroduceerd. Te weten snoek, Black Bass en snoekbaars.

Dat maakte de weg vrij voor karperuitzettingen. Om variatie in het bestand te krijgen, de overleving en de groeipotentie in de gaten te houden, zette ik karpers uit van verschillende karperstammen/bloedlijnen. Mijn ervaringen met de verschillende kwekers en leveranciers in Nederland, België en Frankrijk zal ik bij een andere gelegenheid graag delen met jullie.

Karpers uitzetten

Eind 2015 werd het tijd om op zoek te gaan naar een nieuw type karper, liefst goed herkenbare spiegels met groeipotentie. De firma Corten leverde (wist ik van de BVK) dat najaar zowel vissen van een Franse kweker als van een Tsjechische. De mooi beschubde Tsjechische vissen hadden mijn voorkeur, maar eind december had ik weinig keus. De karper was bijna op. Ik kon nog net 43 karpers met een gemiddeld gewicht van ruim een kilo, in Lommel ophalen bij de sympathieke Cortenfamilie. De meeste vissen zagen er goed uit, enkele waren door transport en opslag duidelijk beschadigd, maar wat gelijk opviel was het geringe aantal karpers met veel schubben op de flanken. Er zat welgeteld één volschub bij en een stuk of vijf ‘halve rijenkarpers’, maar de meeste spiegels waren vrij kaal met zo hier en daar een paar schubjes. De mooiste vissen waren duidelijk al vergeven. Een goede les voor de toekomst! Het jaar er op, in 2016, was ik er dan ook wel vroeg bij en verkreeg twaalf weelderig beschubde ‘CortenTsjechen’.

Weelderig beschubte Corten spiegel van dezelfde lichting 2015. Twintig maanden na het uitzetten

Weelderig beschubte Corten spiegel van dezelfde lichting 2015. Twintig maanden na het uitzetten

Groei en sterfte

De groep karpers van eind december 2015 liet weer eens zien dat pas uitgezette vissen zich erg makkelijk laten vangen. In enkele maanden tijd werden 15 karpers terug gevangen en na een goed jaar had ongeveer de helft van de uitzetting de binnenkant van het landingsnet gezien. Ook werden er verschillende vissen gedubbeld. Na twee jaar was de helft van de uitgezette vissen minstens één keer gevangen. De resterende vissen van de uitzetting werden niet meer terug gevangen of gevonden. Mijn indruk is dus dat er van die oorspronkelijke 43 vissen bijna de helft niet meer leeft. Toch kun je daar nooit helemaal zeker van zijn, zo bleek bij de ‘kale Corten’.

Waar viswatereigenaren, met name die van commerciële karper meren, niet graag over praten is de uitval na een uitzetting. Ik heb geen commercieel belang dus kan rustig stellen dat je veel meer karper verliest dan velen denken. In het voorjaar van ’16 en ‘17 heb ik in totaal acht karpers van deze uitzetting dood gevonden. Doodsoorzaak waarschijnlijk SVC. Later hoorde ik dat de spiegels (circa tien van de 43) van de Franse kweker (tot ergernis van Corten) vanuit een achterafvijver waren gekomen. Zowel conditie als weerstand waren beneden peil en de kans is groot dat deze Franse vissen de bron van de sterfte waren.  Een en ander hangt natuurlijk samen met de kwaliteit van het water, Overigens denk ik dat als je drie jaar na uitzetten nog de helft van je karpers in leven hebt, je het redelijk gedaan hebt als beheerder. Die overgebleven karpers zijn waardevolle ‘survivors’ die zijn aangepast aan het water. Bij voldoende voedselaanbod zullen ze niet alleen goed groeien maar ook in gezondheid oud worden .

Misschien vraagt men zich na dit verhaal af waarom ik zo omslachtig mijn karperbestand alsmaar met hengelvangsten probeer te inventariseren. Natuurlijk zou ik het meertje vrij makkelijk kunnen laten afnetten en zo exact weten wat er precies rondzwemt. Maar dan zou het laatste restje mysterie, dat in principe in ieder water van groot tot klein leeft, verdwijnen. En dat wil ik niet. Bovendien blijf ik een hengelaar…

Robert Paul Naeff

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail