Februari 2018 – De Carpfarmer

Ik hou van alle karpers, maar spiegels van open water hebben altijd een paar streepjes voor gehad. Grootte maakt mij niet (meer) zo veel uit. Toch kon ik een gevoel van ontnuchtering bij het vangen of liever het identificeren van deze Spiegel van de maand niet onderdrukken.

In januari 2016 viste ik samen met m’n maat René op een zijtak van het IJmeer. Het liep niet erg en elke karper was meer dan welkom. Plezier sloeg om in opwinding toen er een spiegel boven kwam. Bij ons begint dan gelijk de motor te draaien. Waar komt ie vandaan, welke lichting. Het kon geen Villedon 2011 zijn, die waren al een stukje groter, een Freedomlakes 2012? Niet uitgesloten. De vis bleek 64 cm lang te zijn bij 7000 gram. Dan heb je het meestal over een k3-vis die gemiddeld een jaar of drie rondzwemt in open water. Toch zag ik gelijk al eigenschappen van het Brennentype: vrij slap in het vel, de ‘hompige’ bouw. Die avond besloot ik dan toch het archief december 2008 er op na te slaan. Toen had ik ‘m vrij snel gevonden.

Carpfarmer van 2008 in 2016 op 64 cm bij 7000 gr (let op mijn reuzenvingers…)

Carpfarmer van 2008 in 2016 op 64 cm bij 7000 gr (let op mijn reuzenvingers…)

Great expectations

Dwerggroei komt bij elk uitzettype voor, maar hier zag ik al langer een patroon en markeerde deze vangst het moment dat ik besloot m’n twijfels over de groei van het door Carpfarm geleverde Brennentype niet langer voor me te houden.

Misschien ken je het wel? Je koopt iets wat net in de handel is, waar je goede verwachtingen van hebt en voor je het weet prijs je het aan bij kennissen. Die hebben wel vertrouwen in je want ze beschouwen je als een expert.

Even terug in de tijd. Gelokt door foto’s van prachtig beschubde spiegels besloten we in 2006 in Amsterdam tot een proefuitzetting met Franse karpers uit de Brennen. In februari 2007 kwam Koos Walters persoonlijk 33 spiegels afleveren. De spiegels waren kaal en dat was niet de bedoeling, maar het waren perfect onbeschadigde vissen en dat vergoedde veel. Hoewel de beschubbing dus (zwaar) tegenviel, was het vertrouwen in de groei torenhoog. Bovendien hadden we toen al ontdekt dat er een duidelijk verband is tussen onbeschadigd en veel terugmeldingen. 1+1=2. Voor de bevestiging van deze hoge verwachtingen was het even wachten op de eerste terugmeldingen.

In juli van hetzelfde jaar kwam de eerste melding van wat we toen ‘Kooskarpers’ noemden. De vis was in nauwelijks twee volle maanden groeiseizoen fantastisch gegroeid. Hij woog 5.5 kg en de vis was begonnen op 3.2 kg in februari. Ook de mooie robuuste bouw beloofde een walhalla aan supervangsten in de (nabije) toekomst. We waren goed bezig, vonden we en ik durfde toen wel al het eerste positieve geluid te laten horen aan andere SKP’s.

De jonge Carpfarm-belofte in juli 2007

De jonge Carpfarm-belofte in juli 2007

 

Geschikt of ongeschikt?

Ook al bij gebrek aan aanbod van mooi beschubde spiegels gingen we voor meer van dit type. Tussen december 2007 en december 2008  zetten we voor twee verschillende SKP’s van open water (Amstelboezem en Zuidelijke Randmeren) 540 unieke Brennenspiegels op de karperplank. Vanaf toen kon het echte meten en weten beginnen.

Eén opmerking bij een van de uitzettingen is me bijgebleven. Bij het zien van de verre horizon boven de randmeren, vroeg de chaufferende Franse kweker zich (vertaald door Koos) hardop af hoe deze voor de consumptie gekweekte spiegelkarpers het zouden doen op zo’n enorm watersysteem? Wij hadden daar toen, door de nodige ervaringen met Duitsers en Villedonners, best vertrouwen in.

Rond 2010 kwamen de eerste echte twijfels. In de randmeren kroop het terugmeldpercentage van ‘de Brenners’ tergend langzaam omhoog en in de Amstelboezem viel het vooral op dat op enkele uitschieters na, de groei, zeker in cm, flink achterbleef bij die van de Duitsers en de Villedonners die er rondzwommen. Meten in open water gaat echter langzaam, met hooguit een tiental meldingen per lichting per jaar. Maar op een gegeven moment mochten we toch verwachten dat de eerste 15 kg plusvissen gemeld zouden worden? Anno 2018 is bij beide open waterprojecten echter nog niet één betrouwbare melding van een ‘dertigponds’ Brennenspiegel binnengekomen. Bovendien halen veel van dit type zeven jaar na uitzetting nog niet eens de 10 kg! Dergelijke trage groei kennen we eigenlijk alleen van enkele oude lichtingen Valkenswaarders (Klapstaartlichtingen uit ’98 en ‘99 en de rijenkarpers uit 2001). De twijfel werd steeds groter en ik voelde me daar als voormalig ‘promotor’ van deze uitzetvissen niet lekker bij. Vooral niet omdat rond 2014 Carpfarm het gros van de grote open-waterSKP’s in Nederland met dit Brennentype bevoorraadde.

Opvallend genoeg liet bijval voor mijn toegenomen twijfel vanuit de SKP’s op zich wachten. Ik bedacht later dat de SKP’s die al voor 2010 Brenners hadden uitgezet, gestopt waren met matchen vanwege matchproblemen met kale spiegels. Opvallend genoeg kreeg ik nog wel vaak te horen dat ‘die Carpfarmers groeien als kool’ in vergelijking met die beschubde Valkenswaarders. Pas later besefte ik dat, bij gebrek aan zekerheid over de precieze herkomst, alle uitgezette kale vissen gemakshalve onder de naam ‘Carpfarmers’ over één kam worden geschoren. Dat is niet terecht. Ook consumptietypen kun je zeker niet op een grote hoop gooien. We hebben juist grote verschillen in overleving, en groei tussen de verschillende typen/bloedlijnen kale consumptiespiegels en -lichtingen geconstateerd.

Cijfers

Om de proef op de som te nemen ging ik afgelopen winter concreet aan het cijferen met de terugmeldresultaten.

Let op: Het gaat hier om het vergelijken van twee karpertypes op geschiktheid voor uitzetten in open water! In afgesloten wateren, zeker waar veel wordt bijgevoerd kunnen/zullen deze cijfers ongetwijfeld (heel) anders zijn.

Het vergelijkingsonderzoek is gedaan op basis van 940 (540 van het Brennentype en 400 van het type Valkenswaard/Villedon) tussen november 2006 en december 2008 in groot open water uitgezette karpers. Verdeling was als volgt: de Amstelboezem bij Amsterdam (80 Brennen en 100 Valk/Vil) en het overgrote deel in de Zuidelijke Randmeren (460 Brennen en 300 Valk/Vil). De 540 Brenners werden geleverd tussen 2007 en 2009. De Valkenwaard/Villedon-kruising in november 2006. Het gemiddelde gewicht van die lichting lag bij aflevering op circa 800 gram. Ironisch genoeg was dat lage startgewicht (‘snoekenvoer’) destijds de directe aanleiding voor veel SKP’s om over te stappen op een andere leverancier/kweker.

Belangrijk te weten is dan het aantal waarop grafiek 1. en 2. is gebaseerd op respectievelijk 80 (Valk/Vil) en 78 (Brennen). In grafiek 3. gaat het om 540 (Brennen)en 400(Valk/Vil).

Grafiek 1 – Al na anderhalf jaar zijn de Brenners achterhaald in cm. De groei van Brenners stagneert rond 75 cm. De groei van de kruising zet juist opmerkelijk lang door.

 

Grafiek 2 – In gewicht gaat het enige tijd redelijk gelijk op. Stagnatie treedt hier bij Brenners voor het bereiken van de 10 kg op.

 

Grafiek 3 – Het gaat hier om unieke vissen die één of meer keer zijn teruggemeld. (Een percentage van circa 25% is gemiddeld na 10 jaar in open water in deze omgeving.)

De resultaten bevestigen dat de Brenners het in ons open water niet geweldig doen. Zeker als je weet dat er ook uitzetlichtingen zijn (Duitsers met name) die in dezelfde twee watersystemen samengenomen een terugmeldpercentage van circa 40% hebben en een groei vertonen die in gram vergelijkbaar is met de kruising Valk/Vil. In ons overzicht van (spiegelkarper)uitzettypen kom je echter ook typen tegen die het slechter doen, zeker qua terugmeldpercentage/overleving.

’06-kruising gevangen in mei 2013 in de Zuidelijke Randmeren op 12.800 gr

Oogverblindende schoonheid gekoppeld aan gestage groei: een ’06-kruising gevangen in mei 2013 in de Zuidelijke Randmeren door Steven Kras op 12.800 gr. bij circa 80 cm.

Wij publiceren deze uitkomsten uiteraard (vooral) om op basis van onze bevindingen goede keuzes te kunnen maken over welke uitzettype het meest past bij een water. Bij de BVK weten we echter ook dondersgoed dat de keuze voor een bepaalde leverancier en uitzettypes zelden puur rationeel gemaakt wordt. Je komt al gauw op het terrein van psychologie, (vals) sentiment, gunfactoren, vooroordelen, lobby, marketing, beeldvorming en vriendjespolitiek. Dat is vaak niet verstandig en slim, maar zo menselijk zijn we doorgaans wel.

Met de BVK willen we niks anders dan op basis van zoveel mogelijk cijfermateriaal en onderzoek eerlijk en objectief adviseren over uitzettypes. Jullie weten ons te vinden!

En de hoofdpersoon dan? De Carpfarmer uit december 2008. Die werd afgelopen anderhalf jaar nog drie keer gevangen. Neergestreken op voerplekken van gulle karpervissers kwam-ie al iets beter tot z’n recht en eindigde in 2017 op circa 68 cm bij 8500 gram.

De Carpfarmer in 2017 (beeldvullend, dat wel…)

De Carpfarmer in 2017 (beeldvullend, dat wel…)

Succes alvast met de keuze voor 2018!

Joris Weitjens

Carpfarm is een leverancier van karper die meer dan één kweektype levert. We zullen daarom het met Carpfarmtype aangeduide type voortaan ‘het Brennentype’ noemen. Ik heb dat in de tekst van ‘De Carpfarmer’ aangepast om verwarring te voorkomen. Die titel van deze Spiegel van de maand is zoals gebruikelijk de naam van de hoofdpersoon: een specifieke vis dus geen aanduiding van het type.

 

In het artikel ga ik niet uitgebreid in op het milieu, het watertype, waarin de onderzochte karpers zijn uitgezet. Bij deze alsnog een uitleg. Als karpervisser weet je dat er voor karpers een levensgroot verschil in omstandigheden en daarmee in adaptatie (aanpassing) zit tussen een diepe stilstaande plas met een dunne visbezetting, waar flink wordt gevoerd door karpervissers en een hongerput waar jaarlijks veel karper wordt uitgezet. Helemaal aan de ander kant van het spectrum heb je grote rivieren. Die omgeving bepaalt voor een groot deel de gezondheid, levensduur en de groei van karpers. Nu zou je misschien denken ‘een karper is een karper’ maar er zitten flinke (genetische) verschillen in aanpassingsvermogen tussen karpers. Niet elk deksel past op alle potten. Niet alle uitzettypen passen even goed bij bepaalde watertypes. Wij hebben vanuit SKP-gegevens al een tijdje de indruk dat het Brennentype het niet zo goed doet in grote open wateren. En laat dat nu net de wateren zijn waar wij ons als BVK op richten. Het aanpassingsvermogen leiden wij af uit het terugmeldpercentage, de conditie en de groei van karpers. (Waarbij overigens gestage groei hoogstwaarschijnlijk een beter teken van goede aanpassing is dan explosieve groei.)

 

Het vergelijkingsonderzoek in deze Spiegel van de maand bevestigt dat qua groei en overleving het Brennentype (2007/2008) het minder goed doet dan het type Valkenswaard/Villedon (2006), uitgezet in Amstelboezem en Zuidelijke Randmeren.

 

Ter nuancering en uitleg nog een paar opmerkingen/kanttekeningen bij ‘De Carpfarmer’:

 

  • Omdat er elk jaar nieuwe kruisingen zijn in de Brennen is het mogelijk dat de vanaf 2009 door Carpfarm geleverde spiegelkarpers uit de Brennen over (iets) andere kenmerken beschikken. Wij houden ons aanbevolen voor meer gegevens van SKP van de latere geleverde Brennenspiegels!
  • De door ons gevonden resultaten zeggen niks over de geschiktheid van dit type voor afgesloten wateren. (Stond ook al in de tekst.) Er is wel degelijk (anekdotisch) illustratiemateriaal van SKP’s van dergelijke afgesloten wateren waar dit type het qua groei en overleving veel beter doet. Ook voor die gegevens houden we ons trouwens aanbevolen.
  • Het type Valkenswaard/Villedon 2006 doet het juist opvallend goed qua groei in open water. In ons groeidocument ‘spiegelkarperuitzetttypen’. Hier kun je ook zien dat er verschillende uitzettypes zijn die het op groot open water slechter doen dan het Brennentype, zowel qua groei als qua overleving.

 

Afsluitend. Onafhankelijkheid staat bij de BVK hoog in ons vaandel. We denken die onafhankelijkheid in stand te kunnen houden door ons op de beschikbare cijfers te richten en die op grond van onze ervaring zo objectief mogelijk  te interpreteren. Alles bij de BVK is gericht op leren om zo goed mogelijk karperbeheer te kunnen voeren! We streven in belang van karpervissers van open water naar gevarieerde en vitale karperbestanden. Onze contacten en banden met kwekers en leveranciers staan in dienst van het streven ten doel om voor het grote open water geschikte uitzetkarpers te kweken/leveren en uitzetten. Daar hoort natuurlijk ook bij dat we op basis van die cijfers twijfels tonen en kritiek leveren. Dat deden we al met onze voorloper het COS. Goed voorbeeld is het (op basis van plankfoto’s) aan de kaak stellen van de Klapstaart van de OVB. Die kritiek werd toen snel ter harte genomen. Al streven we naar constructief contact met kwekers/leveranciers, we hoeven van hen niet de populariteitsprijs te hebben. We houden ze wel graag scherp. Leden, lezers en ook karperkwekers/leveranciers mogen ons op hun beurt weer scherp houden, zoals nu. Graag zelfs! 

 

En voor wie het nog niet weet: de bron van onze kennis en expertise zijn de SKP’s die goed monitoren. Elke karpervisser kan z’n steentje bijdragen aan die kennis door spiegelkarpers van open water in Nederland en België altijd te melden!

 

Joris Weitjens

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail