September 2017 – Onze Volschub

April 2014. Een doordeweekse sessie op het kanaal Gent-Oostende (voortaan afgekort als KGO), op nog geen kilometer van mijn eigenste thuis. Het is al een paar dagen uitstekend weer, en de karper lijkt wakker geschud. Op het appél; de voor hier typische kanaalschubs die schommelen tussen de 4 en 10kg. Eerder slank gebouwd, verwilderde looks.

Een typische kanaalschub van KGO - April 2017
Uit het niets vang ik tussen de schubs door een markante spiegel. Ik durf er zelfs het label ‘volschub’ op kleven. Wat ’n knappe vis! Opvallend; de vis vertoont links en rechts wat wondjes/sporen van recent verloren schubben. Erg stevig vind ‘k de vis niet aanvoelen, trouwens. Een schril contrast met de vaak stevig gespierde schubs vanop dit kanaal.

Uit het niets!
Als verantwoordelijke van SKP-KGO hou ik sinds jaar en dag ook de ‘originals’ bij. Spiegelkarpers die geboren en opgegroeid zijn op het KGO of aangetakte waterloop. Vaak hebben ze een eerder slanke vorm, warrige beschubbing waar absoluut geen patroon in terug te vinden is. Maar bovenal; grote vinnen! Het vergt geeneens zo veel ervaring om met één aanblik een spiegelkarper te herkennen als een uitgezette projectspiegel, dan wel een original. Komt daarbij dat de meeste originals wel vaker de revue (lees; mijn mailbox) passeren. De meeste ken ik dan ook zo’n beetje uit het hoofd.

Bij het scheppen van deze volschub wist ik het meteen; dit is een absoluut nieuwe vis voor mij! Diezelfde dag kreeg ik de bevestiging. Nergens een spoor van deze opvallende vis te bekennen. In geen enkel mapje of album!

Het einde van de 2014-zomer nadert. Behoorlijk wat karpervissers zijn druk in de weer binnen ‘mijn’ regio. Ik zoek mijn heil een stuk verderop. Na wat snoei- en maaiwerk heb ik er een nieuw stekje bij. Een paar avondjes ben ik wezen voeren. Een drie-uurs sessie moet me een stukje wijzer maken voor wat betreft dit nieuwe stekje. Na twee uren een twijfelende aanbeet op de vaargeul-hengel, gevolgd door een eerder makke dril. Tot mijn eigenste verbazing weet ik de volschub van afgelopen voorjaar makkelijk te scheppen (tussen beide vangsten zit zo’n 6 à 7 km). En ook nu is de vis verre van gaaf. Opnieuw wonden, sommigen zelfs behoorlijk recent. De wonden van april lijken dan weer goed hersteld. Ook de aangevreten onderste staartlob is een makkelijk herkenningspunt. Die schade aan de staart wordt echter nooit meer beter, en is een makkelijk herkenningspunt (moest dat al nodig zijn bij zo’n markante vis).

Ten tweeden male…

September 2014. De week voorafgaand het internationaal terugmeldweekend. Opnieuw was ik zoekende. Zoekende naar een onbeviste regio. Dit keer hoefde ik enkel een omheining te trotseren. Het gezelschap van de schapen kreeg ik er gratis bij. Die bewuste zondagochtend vang ik twee vissen. Een stevige schub van zo’n goede negen kilogram, én de volschub! De derde keer dat deze spiegel langskomt, en dit op amper zes maanden tijd. Uit het niets! En dit op een kanaal van 60 kilometers met tal van aangetakte kanalen. De foto liegt er niet om; opnieuw loszittende of recente geloste schubben.
Ter voorbereiding op het terugmeldweekend
In 2015 weet Marino Depaepe de volschub te vangen. Erg treklustig is de vis niet, de vangst van Marino is aan exact dezelfde brug als mijn vangst in augustus 2014. Wat me vooral een goed gevoel geeft, is het feit dat de vis nog leeft! Nog nooit was het een vechter, nog nooit was hij of zij puntje gaaf! Altijd maar herstellende, dat moet toch geweldig veel energie vreten?

Marino met de enige melding uit 2015

In 2016 blijft onze volschub onder de radar, om in juni 2017 terug op het voorplan te verschijnen. Mathias Laureyns heeft ‘m te pakken! Voor ’t eerst in een totaal andere regio, zo’n goede 15 kilometers richting Kust. Wat intussen een handelsmerk bleek, bezorgt me plots een ongemakkelijk gevoel. Dit keer geen loszittend schubje, maar een compleet stuk ‘huid en schubben’ verdwenen. De vis lijkt dan wel een buikje gekregen te hebben (vaker een teken dat een vis het goed stelt), de wonde is te indrukwekkend om instant vrolijk van te worden. Wordt dit de ‘beschadiging te veel’? Wordt dit de genadeslag? Een haard voor bacteriën of infecties? Stiekem hoop je op een wonder…

Angstaanjagend!
Drie maanden later, en het wonder is geschied! De volschub steekt opnieuw in m’n mailbox. Dit keer is Matthias Devriese vanger van dienst. De buik is verdwenen (zal me een worst wezen, geloof me), maar bovenal; de erg lelijke wonde is wonderbaarlijk mooi hersteld. Toegegeven, de sporen zijn nog duidelijk aanwezig, maar het rauwe en erg kwetsbare vlees is verleden tijd. Opluchting ten huize Matthys!

Toch weer hoop!

Of deze vis nog vaker mag opduiken? Ja! Het liefst zie ik ‘m eens in volle glorie, vrij van zichtbare wonden of recent opgelopen schade.
Verras ons, wonderbaarlijk beest!

Filip Matthys

 

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een markant getekende spiegelkarper al die jaren onder de radar bleef? Voor mij is het antwoord op deze vraag intussen zonneklaar; dit is niet koosjer. Een vis die zich zo makkelijk laat vangen, kan zich geen jaren aan een stuk blijven verstoppen. Mijn kop mag eraf, deze spiegel werd kort voor mijn eerste vangst in 2014 uitgezet. Wat zeg ik? Overgezet!

 

Stel, en ja, ik zie het zo voor me dat de vis is opgegroeid aan een afgelegen vijver. Mogelijks verstopt tussen bomenpartijen. Bladval heeft er voor een zachte sliblaag gezorgd, vers de vase in overtal aanwezig. De spiegel had er een luilekkerleventje, zijn of haar weerstand hoefde niet eens zo hoog opgekrikt te worden. De rode muggenlarven hadden haar in een jaar of tien op een maximaal gewicht van zowat negen kilogram gebracht. Tot het moment dat iemand het nodig vond deze kwetsbare vis voor de leeuwen te gooien. Leeuwen in de vorm van scheepvaart, oevers uit steenstort, vissers gewapend met hengel en fototoestel!

 

In dit artikel heb ik het niet over gewichten. De reden is simpel; al die tijd schommelt de volschub tussen de 8.5 kg en 10 kg. Als je ’t mij vraagt is die 10 kg ook zowat de bovengrens van onze volschub. Ook dat wijst op een goede jeugd, geknakt in de bloei van het leven. Talloos zijn de voorbeelden van oude vissen die na overzetting naar een rijkere omgeving exploderen in (vaak ongezonde) groei, deze vis had in de oorspronkelijke omgeving wellicht juist een veel hoger gewicht kunnen bereiken.

 

Het overzetten van adulte vissen is zelden of nooit een goede daad. Het immuunsysteem wordt ondermijnt door stress opgewekt door de verhuizing naar een nieuwe omgeving. Een zwakke weerstand is het gevolg en dat krijg je terug in bijvoorbeeld de vorm van slecht genezende wonden zoals bij onze volschub. Erger kan ook: het uitvalpercentage van uitgezette/overgezette adulte vissen in de eerste jaren na uitzetting is aanmerkelijk hoger dan dat van een standaard k3.

 

Of onze volschub op vandaag nog steeds een volschub is? Die recente wonde blijft ongetwijfeld ook in de (tegen beter weten in hopelijk lange) toekomst vrij van schubben. Daarvoor is het schubzakje te ver aangetast, of zelfs helemaal verdwenen. Wanneer dat het geval is, is ook de schub voorgoed verdwenen. Zoals bij onze volschub.

 

Jawel, onze volschub. Ongewild vriend van alleman! Intussen heb ik een kaartje met boodschap in m’n vistas gestopt; Spoedig herstel! Wie weet vang ik ‘m ooit nog eens…

 

Filip Matthys

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail