Oktober 2015 – De Dwerg

Uitzetten staat gelijk aan verwachtingen koesteren. Dat geldt helemaal als het om projectspiegels gaat die je als SKP-screener elke dag op je scherm of in een fotoboek kan bewonderen. Bij teruggemelde vissen kun je die verwachtingen checken, bij projectspiegels met een nog schone lei kun je blijven dromen.

Dwerg - Uitzetfoto

Ons eerste archief uit juni 1998 is goed gevuld met terugmeldingen. Van de 137 vissen is meer dan de helft één of meer keer gemeld. Elke nieuweling na zo’n lange tijd is dan ook meteen een unicum. Met al dat geblader en gezoek viel m’n oog heel vaak op die ene nooit gemelde spiegel met die vier grote schubben. Met z’n 49 cm bij 2950 gram een van de grootste en zo te zien breedste die er bij zat. Wat zou daar van geworden zijn? Vast ergens verzeild geraakt buiten elke hengeldruk. Wat zou ik die zelf graag vangen ergens midden in het IJ op een pond of 43!
Afgelopen maand kreeg ik een mailtje van de familie van Duuren met een bijlage. Het bleek van Arthur te zijn.

Hallo Joris,

Hoop je een paar foto’s te kunnen doorsturen van een spiegel uit de grachten vlakbij de uitzetplek, was wat magere vis maar zag er verder goed uit, ruim 13 pond, alles verder oké met je? Zelf erg weinig gevist hoor, kan steeds minder de motivatie opbrengen, hoop dat het vuur wel weer een beetje terugkomt, zou erg jammer anders. Met de computer is het nog steeds wat klungelig. Joris, het beste en tot later.

Groet Arthur.

Ik heb altijd een zwak voor Arthur gehad sinds ik ‘m in september 1988 ontmoette aan de oevers van de Spiegelplas. Hij reisde toen, samen met z’n afschuwelijk vroeg overleden maatje Richard van den Bos, vanuit Heiloo stad en land af met zo’n gekleurd campingtentje en een opblaasbootje. Elk weekend werden ze door een van de vaders gedropt aan een of ander water waar die zoons wel wat in zagen. Wow, wat waren die gasten, net 16, strak en kien aan het vissen. Maar het mooiste was hun enthousiasme over alles wat met vissen te maken had. Die goede zin van ze deed me toen gelijk verzoenen met het feit dat ze precies de stek hadden gekozen die ik ook op het oog had gehad. Sinds die dag ben ik contact blijven houden met ‘die jonge gasten uit Heiloo’. Arthur was meer de pure karpervisser van de twee, maar toch zag ik ‘m langzaam afknappen op het karpercircus aan het water. Hij koos steeds vaker voor de obscure, nooit beviste plekken, vergeten bruggen, dat werk. In de loop van de jaren kreeg ik af en toe een stapeltje foto’s per post opgestuurd voor m’n spiegelkarperarchief. Dat gedoe met die computer heeft ie nooit aan kunnen wennen. Best een wonder dus, dat mailtje van vorige maand.

Arthur met een in onze ogen wel geslaagde jaren ‘90 Valkenswaarder

En toen de bijlage. Behoorlijk wat schubben. Een Valkenswaarder. Maar 13 pond? Dat moest dan toch wel van de lichting 2011 zijn? Maar dit was toch een onvervalste klapstaart? Zo overvloedig uitgestort aan het eind van de vorige eeuw. De kleur van de vis voerde me vervolgens zo naar het allereerste onzer uitzetarchieven. En ja hoor, m’n mond viel open. Boven de plankfoto van een vis die al lang geleden voorbij de 15 kilo was gegaan de onmiskenbare match: de robuuste, als reus bedoelde, nooit eerder gemelde vis. De gedroomde 40-ponder was in al die 17 jaar niet verder gekomen dan 13 ponden! Hoe langer ik keek hoe triester het tafereel werd. Die bungelende staart, die ingevallen flank en vooral ook Arthur, die op drie verschillende foto’s poseert met een afgekapt hoofd. Alleen de imposante kop van de karper vertelt hoe dit verhaal eigenlijk door de schepper had moeten aflopen… Of zit het anders?

Dwerg - De terugmelding

Het is natuurlijk een vergissing te denken dat slechts uitschieters naar boven interessant zijn. Dwerggroei verdient net zo goed onze aandacht. Het is een fenomeen dat je bij veel vissoorten ziet. Is er dan misschien een verband tussen het povere uiterlijk van deze vis die 17 jaar lang ongemeld en misschien zelfs maagdelijk kon rondzwemmen? Intussen weten we wel dat een bepaald deel van, zelfs een intensief bevist karperbestand vrijwel onvangbaar is. Tot die groep behoren zelden of nooit de hobbezakken, de vetpensen en de snelste groeiers. Die hebben duidelijk een andere manier van overleven. Die leven, om het zo te zeggen, gewoon bij de dag; als de buik maar volzit. De hakenmijders zijn meer van het type ‘kat uit de boom kijken’. Welk voordeel zou dat, naast het behouden van een gave bek, kunnen hebben?

 

We kunnen het ook omdraaien. Een grote dikke karper doet het goed op de foto, maar hoe zit het eigenlijk met z’n prestaties op de vloer waar het er werkelijk om gaat. Waar de soort op het spel staat! Op dit moment bekijken we met de BVK de voorwaarden voor paaisucces in open watersystemen. Een van de uitkomsten is de noodzaak voor karpers (als soort) om paaigronden te bereiken die niet of nauwelijks door andere vissoorten worden bezocht. Slechts daar kunnen eitjes en jongbroed van de verder vrij weerloze karpertjes zich ontwikkelen.
Bedenk dan eens dat, in de ‘survival of the fittest’, juist de rankere, in ieder geval minder lompe verschijning van de karper op veel meer potjes passen. Je kent misschien wel van die slootjes, greppels, die, soms kilometers verwijderd van de hoofdstroom, of zelfs achter drempels of smalle duikers, tot je stomme verbazing, in mei ineens leven van de karper. Let komend voorjaar toch vooral eens op het uiterlijk van paaiende karpers op van die onmogelijk plekken. Wedden dat je er nauwelijks of geen bordmodellen en extreme hangbuiktypes ziet rondscharrelen. En zou op die vloer onze Povere Dwerg geen koning kunnen zijn!

 

Is je interesse gewekt voor dit onderwerp? Op de aanstaande meeting van de BVK op 23 januari 2016 is voorplanting van karper het thema. Je bent daarbij, of je nu lid bent of niet, van harte uitgenodigd.

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail