November 2015 – Snowflake

We zijn inmiddels diep in het najaar. Toch nog even genieten van een dagje mooi weer aan het lokale water, alwaar ik een klein spiegelkarperprojectje lopen heb. De verwachtingen zijn niet hoog voor deze korte instant sessie. Toch weten drie visjes wat het is om op mijn onthaakmat te belanden.

Eentje hiervan trekt mijn speciale aandacht. Een spiegeltje van 7.6kg vertoont een witte aanslag op de staart. Het voelt aan als een gel-achtige materie, doch redelijk vast van vorm. Het zekere voor het onzekere nemen en voor het terugzetten nog even ontsmetten.

Thuisgekomen, en meteen de uitzetfoto’s erbij halen. Bij nummer 040 is er een match! Eveneens vlug een mailtje naar Filip gestuurd met de vraag of hij hier meer kennis van heeft. Zelf ook al wat het web geraadpleegd, en mijn vermoedens komen uit…

Benny Provoost

Snowflake - Benny Provoost   Snowflake - Plankfoto

Karpervissers zijn we, geen wetenschappers (die enkeling niet te na gesproken). Toch is er de laatste vijftien jaar een opvallende tendens waarneembaar. Een percentage karpervissers gaat zich steeds meer verdiepen in wetenschappelijke onderwerpen. Denk aan het trekgedrag, de overleving en voortplanting van onze karper. Een tendens die de BVK alleen maar kan toejuichen.

 

Die drang naar kennis is Benny niet vreemd. Vanuit een zekere bezorgdheid wilde hij wel eens het fijne weten van die vreemdsoortige ‘vlek’ op de staartwortel van Snowflake. Het leek wel of iemand met kaarsvet aan het ‘spelen’ is geweest.

Snowflake - Details Staart - 1   Snowflake - Details Staart - 2

Ook de nieuwsgierigheid van de BVK was gewekt. Moesten we niet voor eens en voor altijd uitspitten wat hier echt aan de hand of staart is? Tijd dus voor actie!
Contacten werden aangesproken. Denk aan visserijbiologen, maar ook viskwekers. Mensen met kennis van zaken, mensen met een nuchtere blik en gedegen advies.

 

Het werd al vrij snel duidelijk. Snowflake was ten prooi gevallen aan karperpokken, iets wetenschappelijker spreken we over het Herpesvirus Cyprini. En om het plaatje helemaal compleet te maken; de Latijnse benaming klinkt als volgt; Epithelioma papillosum.

 

Maar wat zijn dat nu precies, die karperpokken? Gaat een karper er van dood? Is het volledige bestand in gevaar? Moeten we met z’n allen mat en net ontsmetten? Wegknippen misschien?

 

De antwoorden op die vragen zijn enigszins geruststellend. Karperpokken zijn een onschuldig virus dat de meeste karperachtigen met zich meedragen. Niet dodelijk, maar wel besmettelijk! Meteen maar het voordeel hiervan meegeven; omwille van de vele dragers, hebben de meeste karpers een soort van resistentie opgebouwd. Net zoals alle virussen injecteert ook dit virus zijn eigen genetisch materiaal in een cel van de gastheer. Hierdoor worden de genetische eigenschappen van de aangetaste cel gewijzigd en overgenomen door het virus. De genetisch gemanipuleerde cel zorgt ervoor dat er zich meer virussen gaan ontwikkelen die op hun beurt dan weer andere cellen gaan infecteren. Vooral jonge vissen hebben een nog niet volledig ontwikkeld immuunsysteem, en zijn het meest vatbaar voor karperpokken. Laat net onze geliefde projectspiegels relatief jonge visjes zijn bij uitzetting. Gemiddeld een jaartje of drie. Kregen we in het verleden dan nog nooit een partijtje spiegels met karperpokken aangeleverd? Toch wel, al betrof dit gelukkig een uitzondering. In 2002 kreeg onder andere Amsterdam (SKP-AHV) een Valkenswaardlichting die zichtbaar drager was van dit virus. Het terugmeldpercentage van die lichting ligt op vandaag bijzonder laag. Die karperpokken zijn an sich wel niet dodelijk, maar in combinatie met uitzetstress, extra manipulaties, beschadigde slijmlaag, … kunnen ze wel nét die druppel zijn die de emmer doet overlopen en het einde betekenen voor ’n jonge projectspiegel.

 

De uiting van deze pokken is temperatuursafhankelijk. Het immuunsysteem van vissen is minder functioneel bij koudere temperaturen waardoor een karper in de winter en het voorjaar het meest vatbaar is voor deze ziekte. De was-achtige vlekken zijn dan op hun ‘hoogtepunt’. Later in het jaar, wanneer de watertemperaturen terug omhoog gaan, verdwijnen de symptomen en is er van de grijswitte vlekken amper tot geen spoor meer.

 

Brengt ons bij de vraag; waarom manifesteert dit virus zich op slechts enkele waters? Het antwoord is simpel, en eigenlijk standaard voor vele virus-uitbraken. Waters met een (te) hoge bezettingsgraad zorgen voor een lage(re) weerstand tegen aanvallen van bacteriën of virussen onder het bestand. Een uitgesproken karperwater zal dus sneller ten prooi vallen dan een evenwichtig bezette of onderbezette rivier.

 

Kunnen we ons wapenen tegen dit virus? Moeten we preventief voorzorgsmaatregelen nemen?

 

Ja en neen. De meest effectieve manier is, in overbevolkte vijvers, streven naar een dunner karperbestand, waardoor meteen ook de waterkwaliteit beter wordt. De weerstand van de vissen loopt parallel, en zal ook mee verhogen. Krampachtig materiaal ontsmetten hoeft niet. Wel is het aangeraden om schepnet, onthaakmat, bewaarzak, na elke hengelsessie goed te drogen in open lucht. Zeker wanneer je op meerdere waters aan de slag gaat. Een gratis handeling trouwens, die gerust de standaard mag worden onder de karpervisser. En niet alleen om het verspreiden van de karperpokken een halt toe te roepen. Een kleine moeite, in het voordeel van Snowflake en zijn of haar vele vriendjes!

 

Filip Matthys

Met dank aan visserijbioloog Alain Dillen en viskwekerij Corten voor hun gedegen advies.

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail