Mei 2015 – De transformatiespiegel

De monitoring van het spiegelkarperproject van het kanaal Gent – Oostende startte in 2015 als nooit tevoren. Halfweg april konden al een vijftiental projectspiegels gematcht worden. Ook Henk Caenepeel – terugmelder van het eerste uur – wist er eentje te strikken, en door te mailen. Een knappe spiegel van 7,2kg bij 72cm.

Met dat shubbenpatroon gaat terugvinden wel lukken....

De spiegel van Henk leek een makkie te gaan worden. Aardig beschubd, dit in tegenstelling tot vele van zijn of haar overwegend kale lotgenoten die viskweker Bynens in het verleden leverde in West-Vlaanderen. Als referentie koos ik een veldje schubben onder de schubbenkam van de rugvin. Al vrij snel botste ik op een plankfoto met een overeenstemmend patroon. Om zekerheid te hebben, werden ook de schubben aan de staart en kieuwdeksel vergeleken. Bij het kieuwdeksel fronsten mijn wenkbrauwen…

Plankfoto - Transformatiespiegel

Hier klopt iets niet. Schubben waren verdwenen, en schubben die bij uitzetting afwezig bleken, fonkelden als nieuw op de vangstfoto!

Toch vertelden andere schubben mij dat het wel degelijk een match betrof. Een melding dus met een verhaal en daar hebben wij een rubriek voor…

VangstPlankLaten we maar eens starten met die paar schubben net boven de borstvin. Op de uitzetfoto zijn twee littekens getuige van wat ooit twee schubben waren. Waarschijnlijk verloren gegaan ten gevolge van transport en voorafgaande manipulatie. Vier jaar later prijken er twee min of meer volwaardige schubben op diezelfde plaats. Alsof er nooit wat aan de hand was! Wat zegt ons de wetenschap? Wel, schubben die verloren gaan, kunnen opnieuw aangroeien. Een belangrijke voorwaarde is dat het schubzakje niet aangetast werd. Elke schub van een karper zit immers vast in/aan zo’n schubzakje. Gelukkig voor ons (en de karper) raakt dat schubzakje maar zelden beschadigd. Schubverlies door transport, heftig paaigedrag, foute of ruwe manipulatie enz. resulteren dus quasi altijd in een nieuwe schub. Enkel bij oudere dieren gaat dat vermoedelijk minder snel of vlot. Een ander verhaal wordt het wanneer er schubben verloren gaan door een bacteriële infectie (waarvan de Flavobacterie en Aeromonas de meest gekende zijn). Vaak zie je dan grote, kale vlekken op de flank van schubkarpers. Die infecties tasten de schubzakjes helaas wel aan, waardoor die schubben voor eeuwig verloren zijn. Wanneer je eens rondneust op het wereldwijde web, dan zie je wel vaker ‘slachtoffers’ opduiken van een soortgelijke infectie.

Schubverlies na aantasting van de schubzakjes door ‘n infectie?

Schubverlies na aantasting van de schubzakjes door ‘n infectie?

Terug naar onze transformatiespiegel. Op de zijlijn (net achter het kieuwdeksel) staan twee ronde schubben op de plankfoto. Op de vangstfoto zie je met moeite twee wazige schimmen. Idem voor dat mini-rijtje van drie schubbetjes. Ook hier rest er slechts anderhalf schubje.
Zijn van die schubben de schubzakjes dan wel aangetast? Een moeilijke vraag. En nog moeilijker; een pasklaar antwoord hierop. Mogelijks is (kort na het uitzetten) die flinke hap uit de rug (net achter de kop) gaan infecteren. Kan een infectie onderhuids verdere schade aanrichten? Wie het weet, mag het zeggen!

De praktijk leert ons dat kleinere schubben en zeker de bekende parelmoerschubjes gemakkelijk komen en gaan. Het lijkt er dus op dat hoe kleiner de schub hoe eerder die, door elke oorzaak ook, verdwijnt. Dat feit kan, wanneer je je daar blind op staart, grote problemen geven bij het matchen. In de praktijk (bijvoorbeeld bij onze matchingquiz) blijken de meeste mensen snel door kleine verschillen heen te kijken. Op dit moment wordt er bij de Universiteit van Amsterdam gewerkt aan het automatiseren van het matchen van onze projectspiegels. Dat is kunstmatige intelligentie en programmeren op het hoogste niveau. Het is nog maar de vraag of ons vermogen om spiegelkarpers te matchen kan worden overgenomen door computers. Juist het menselijk brein is in staat om niet relevante veranderingen of verschillen in het schubbenpatroon weg te filteren en te focussen op de relevante overeenkomsten tussen ‘plank’en vangst. Er is in het geval van de transformatiespiegel dus ondanks de op het eerste oog grote verschillen bij ons geen enkel vraagteken of dit een match is.

Feit is ook dat die open wond perfect hersteld is. Graag meegeven dat die spiegel afkomstig is van een voorjaarsuitzetting: april 2011. Het grote voordeel van een voorjaarsuitzetting is dat er quasi meteen natuurlijk voedsel voorradig is, nodig om herstel (en weerstand) te bewerkstelligen. Helaas ‘heb ieder voordeel ook z’n nadeel’, en verspreiden bacteriën zich sneller bij (op)warm(end) water dan bij koud water. Was deze voorjaarsuitzetting een zegen of straf voor deze gehavende spiegel? Het feit dat onze transformatiespiegel in blakende gezondheid verkeert, doet ons vermoeden dat een april-uitzetting zeker niet in zijn of haar nadeel heeft gespeeld.

Dat uitzetschade een invloed kan hebben op de overleving van projectspiegels, kon je in eerdere ‘spiegels van de maand’ al lezen. Samen met De Kogelgatspiegel is deze Transformatiespiegel het levende bewijs dat ernstige wonden niet per definitie fataal hoeven te zijn.
En de groei van dit beestje? Wel, met een gewichtstoename van 5,5kg op precies vier groeiseizoenen scoort dit beestje onder het gemiddelde. De gemiddelde projectspiegel van de 2011-lichting weegt immers tussen de 8 en 10kg. Wondgenezing kost energie maar het is niet zo waarschijnlijk dat de beperkte groei van de transformatiespiegel daar iets mee van doen heeft. Uitschieters naar boven, én naar beneden (deze spiegel) zullen we altijd hebben. Dat is eigen aan karpers.

Zo, alweer een melding die helderheid schept, maar tegelijk ook vraagtekens met zich meebrengt. Op naar een volgende melding, op naar nieuwe vragen en antwoorden.

Henk Caenepeel

Henk met een andere typische Bynens-spiegel, gevangen in 2014

Enne… bedankt voor het terugmelden, Henk!

Filip Matthys

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail