Augustus 2015 – Geile Henkie

Soms is het verzinnen van een naam best lastig. Op zoek naar de spiegel van de maand augustus kwam ik in m’n box ‘projectspiegels 2015’ een titelnaam tegen die me direct op scherp zette: Geile Henkie. Spontaner kon een naam niet gegeven worden. Maar wat zat er ook weer achter die naam? Terug in de tijd maar.

Ook al in 2001 waren we als Spiegelkarperprojecten al lang niet altijd tevreden over de aan ons geleverde spiegelkarpers. Ook toen al wilden we mooi beschubde, goed groeiende vissen met goede overlevingskansen. Maar de toekomst was door het stoppen van de OVB in 2002 onzeker. Bovendien kon de OVB ook al vaak niet voldoen aan onze wensen. Konden we dan niet beter zelf aan de slag gaan, vroegen René ik ons af en we dachten een plan om dat te verwezenlijken? René had een een document op de kop getikt over het kweken van karper. We droomden algauw over onze eigen bloedlijn! Dat zou wat zijn. Maar waar? We waren er al een tijd achter dat eigenlijk alleen nieuw gegraven watertjes een goed kans boden. Bij de AHV vonden ze het goed zolang we toestemming hadden van de visrechthebbende. Nu was mijn oog al snel gevallen op een pas gegraven watertje van krap een halve hectare bij een al even nieuw gebouw. Wist ik veel dat het een TBS-kliniek was… Om toestemming te vragen moest ik door allerlei veiligheidspoortjes om uiteindelijk bij de directeur terecht te komen. Eerlijkheid duurt het langst, maar toch wel handig om te kunnen zeggen dat we de kliniek van een muggenplaag konden verlossen met het uitzetten van een handvol karpers. Deal! Het avontuur kon beginnen.

Over één ding waren René en ik het eens: we wilden Westlandgrachtbloed in onze vissen. Een toevallige kruising van Valkenswaardspiegels geleverd door de OVB in 2000. Voordien noch nadien zijn we dit type tegengekomen bij karperkwekers. Heel jammer want het zijn stuk voor stuk parels met een groengouden kleur. Toen ik kort na de toestemming eentje terugving in de Amstel vlakbij de TBS-kliniek twijfelde ik dus geen moment. Ik schakelde de afdeling speciaal vervoer in om de negenponder ongeschonden op z’n nieuwe plek te krijgen. De Kweekvis, zoals ze later was gaan heten, zwom wat onwennig rond in het heldere draadalgenrijke water. Maar ze had geen klagen: de door ons uitgezette watervlooien hadden het goed gedaan en er was vreten zat.

De Kweekvis zwemt haar eerste rondje voor de TBS-kliniek

Een paar weken later kreeg de vis gezelschap van een andere door mezelf gevangen Westlandgrachter plus twee halfwas Valkenswaarders en een Duitse vis: een cadeautje van SKP Haarlem. De proef slaagde, het miegelde een jaar later van de schattige spiegelkarpertjes. Leuk maar een beetje veel voor een kraamkamer van een kwart hectare en dus een grote verantwoordelijkheid voor de pleegouders. Twee jaar lang waren we bezig met een operatie om het omvangrijke nageslacht elders goed onder de pannen te krijgen. Een klein clubje nakomelingen liet zich maar moeilijk vangen met de hengel. Jullie snappen het: Geile Henkie was er één van en bovendien groeide deze vis uit tot de leider van de bende.

Hoe jong (nog geen k4) het selecte clubje ook was, de leden waren voortdurend bezig om het laatst achtergebleven ouderdier te bespringen. Zowel voor, tijdens als na de paaitijd. We wilden het ouderdier (Wessie) graag verlossen, maar die was te lijnschuw geworden sinds we haar een keer hadden verspeeld. Dan toch maar die geile rakkers aanpakken.

Op een middag stonden na een mislukte sessie op de Amstel drie grote kerels bij de TBS-vijver. De derde man was Henk Kostense en die was degene die aan het kortste eind trok en een van de vissen zou moeten vangen. René en ik gaven commentaar… Met een drijvend korstje brood kweet Henk zich bekwaam van z’n taak. Geile Henkie mocht zwemmen in de Weespertrekvaart.

Henk Kostense met Geile Henkie vlak in augustus 2005 op 54 cm 3800 gram

Geile Henkie voelt zich thuis is in de boezem. Door de jaren heen is-ie zes keer gemeld. De groei: traag maar gestaag, verraadt vooral Valkenswaardbloed en de kleur verraadt een percentage Westlandgrachtbloed. Zoals veel AHV-projectspiegels is het een rondtrekker die al vele delen van de grote boezem heeft verkend, maar daarvoor heet je dan ook Geile Henkie…

Geile Henkie - 2009 - 8000 gram GeileHenkie - 2011 - 9000 gram

Geile Henkie - 2015 - 11.500 gram

 

Hobbykweken is heel leuk,maar ook verdomde moeilijk als je er iets substantieels aan over wil houden. Een geslaagde paai opzetten kan eigenlijk alleen in wateren waar zich nog geen visbevolking heeft gevestigd. Vooral natuurlijk snoek en grote baars zijn grootconsumenten van karperbroed, maar eigenlijk ook alle witvissoorten houden huis in het stadium van eitje tot klein visje. In het TBS-watertje ontbrak een visstand, slechts een handvol reigers haalde er graag een vette bek. Nadien pas zijn er baarzen uitgezet en vond er nooit meer een geslaagde paai plaats! Ben je klaar na een geslaagde paai? Nou nee, je hebt dan wel een overdaad van die schattige vreetgrage aquariumvisjes, maar om het echte leven aan te kunnen moet je als karper toch echt richting de 40 cm en 1000 gram. En daarvoor heb je groeiruimte nodig. Die is er vaak niet in het water van geboorte. Vandaar dat we de vingerlingen van de TBS-kliniek verspreid hebben over wateren waarvan wij dachten dat ze geschikt waren. Uiteindelijk bleken dat maar een miniem aantal watertjes te zijn. De aanwezigheid van een paar snoeken is al funest. Bovendien bleek vooral de eerste winter en lente een scherprechter. Uiteraard bleven er in het eerste succesjaar in 2003 veel karpertjes achter en in het voorjaar van 2004 was er nog maar een klein deel over. In 2005 waren dat er nog maar een handvol met Geile Henkie als een van de blikvangers. De totale oogst van deze TBS-kweek is niet meer dan 50 volwassen (k4-plus) vissen geweest.

 

Geile Henkie lijkt misschien een rijenkarper, maar is genetisch gezien een spiegelkarper. De schubben op de zijlijn zijn ook aanmerkelijk groter dan bij rijenkarpers (zoals die van 2001). Een echte rijenkarper heeft een totaal ander genenpatroon dan een spiegelkarper.

 

De wetten van Mendel zeggen overigens dat wanneer een spiegel met een spiegel kruist het nageslacht voor 100% uit spiegelkarpers bestaat. Dat leek lange tijd ook precies op te gaan voor onze kweek uit 2003. Tot we op een ochtend tussen de vangst met onze totebel (kruisnet) een echt schubkarpertje aantroffen! Al met al bleek 1 op de ruim 1100 geoogste vingerlingen (karpertjes van 8 tot 25 cm) een schubkarpertje te zijn. Een uitzonderlijke mutatie? Best mogelijk maar verschillende kwekers beweren dat schubkarper een normaal bijproduct is van de kweek met louter spiegelkarpers. Hoe dat zit onderzoeken we graag een volgende keer.

 

Joris Weitjens

Geile-Henkie-7Geile-Henkie-8

 

 

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail