Mei 2014 – Lelijke Jungens

De naam Jan Junge klinkt voor oudere karpervissers als een klassieke film waar je graag over praat. Geen brave B-film. Wie Junge zegt, zegt kritisch vermogen en onafhankelijk denken. Welkome eigenschappen voor een BVK-lid. We zijn blij dat Jan Junge de projectspiegel van de maand mei aan ons wil leveren. Z’n vangstverslag mochten we putten uit z’n ‘blog’: Sessies. Ik beschouw het als een groot voorrecht om deze meesterlijke staaltjes van ’opschrijverij’ twee keer in de week te ontvangen.

Jan heeft een kritische noot en kraakt die graag op dit toneel.

Sessie mei

Het is stil, de vis doet niet veel. Het duurt nog behoorlijk lang voor de eerste karper springt. Hier en daar wel wat bellen, maar dat kan ook gewoon gas wezen. Na een goed uur ga ik de voerplek onder de struik eens bevissen. Maar ik zie iets vreemds aan de boltstok! De lijn zou dwars op de top moeten liggen, slap. Maar de lijn staat gestrekt én in het verlengde van de hengel! Moet een aanbeet zijn! Snel grijp ik de hengel en draai binnen. Oh ja, de lijn loopt in een totaal andere richting dan de inworp. Maar ik voel ook veel vuil, ik zit in ieder geval min of meer vast. Na veel getrek komt er iets mee, is dat vis? Het is vis. Hij is nu los. En hij is klein. Niet gek als je in een water vist waar net tientallen knollen zijn uitgezet. Het blijkt een spiegeltje. Weer valt me op dat er nogal wat beschadigingen opzitten. Typisch ‘vervoerschade’: kale plekken op de kieuwdeksels, schubje weg hier en daar, klein plekje zus, plekje zo. Niet erg, maar ook niet mooi. Het lijkt erop dat die spiegels dit jaar zijn uitgezet en niet verleden jaar. Ik zal eens informeren.

Jan Junge - kwaststaartjes, ik ben er niet gek opMooi, de eerste is binnen. Gelijk werd de zwakte van het boltsysteem ongenadig blootgelegd, met name als je niet met een zware waker (en dus, helaas, een gestrekte lijn) vist. Ik ga voor een afgezonken slappe lijn, al kost dat beetindicatie.

Ik ben niet gek op die kwaststaartjes. Komt ook doordat ie in het net zit samengeknepen, maar die staart is niet in verhouding met het lijf. Zie je wel meer tegenwoordig. Niet goed. Een karper heeft een STAART, geen staart. Let ook op de pietepeuterige anaalvin.

Een half uur later giert de baitrunner opnieuw! Terwijl het hier altijd slecht wordt aan het eind van de middag! Even later loopt het broertje (zusje?) van de eerste karper binnen. Zelfde bleke kleur, zelfde mislukte anaalvin, en nu is ook de staartvin ‘aangevreten’.

Mensen, ik lig op zich niet echt wakker van een paar mindere karpers. Ik vang liever mindere karpers dan helemaal geen karpers, MIslukt anaalvin en aangevreten staartlaat ik daar duidelijk over zijn. Maar in breder perspectief ligt er toch wel degelijk een bedreiging voor de karpervisserij. Een béétje bioloog in dienst van weet ik welke instantie haalt met dit soort karpers echt moeiteloos het hele spiegelkarperproject onderuit.

Misschien dat jullie van de BVK wat meer de nadruk zouden kunnen leggen op harmonische uiterlijke verhoudingen, evenwichtige bouw, uitgaande van de wat zwaardere exemplaren van de gewone schubkarper. Het hoeven echt niet allemaal torpedo’s te zijn, maar de nadruk op supergroei en maximaal gewicht heeft gevaarlijke kanten lijkt me. Je ziet toch wel heel vreemde bordvormige vissen passeren, met of zonder monsterlijke hangbuik/kwaststaart. (Waar komt de naam ‘klapstaart’ eigenlijk vandaan?).

Er zou eigenlijk een soort SKP-keur moeten komen. Moeilijke zaak misschien, want subjectief. En ook voor de kweker een probleem: weet die wel wat ie precies gaat krijgen? Als het tegenvalt, moet zo’n lichting dan vernietigd worden? Maar het is al heel wat wanneer kwekers in hun achterhoofd hebben dat ze vissen willen met een goede staart, een redelijke evenwichtige bouw (géén hangbuiken, al worden die 100 pond) en mét volgroeide anaal- en rugvinnen!

 ‘Een goed gebouwde vis, is het mooiste wat er is’, zei mijn Opa altijd al. En mijn Opa had altijd gelijk….

Jan Junge

Heeft Junge een punt? Hij is in ieder geval niet de enige die zich de laatste tijd kritisch uitlaat over deze generatie uitzetkarpers. Op verschillende fora is dit onderwerp van gesprek (geweest). Een van de doelstellingen van de BVK is een grote diversiteit van karpertypen met daaraan gekoppeld een actieve zoektocht naar voor uitzetting geschikte kweekkarpertypen. SKP-en hebben daarnaast een extra belang bij rijke beschubbing. Daarmee is gelijk duidelijk dat wij eenheidsworst in welke vorm ook willen voorkomen. Het aanbod aan rassen en stammen zou wat ons betreft zo groot mogelijk dienen te zijn en de markt zou idealiter gericht moeten zijn op voor uitzetting (in open water) optimaal geschikte karpers. Helaas zit daar een gat (bij de slimme ondernemer gaat nu een lampje branden…).

 

Vaak puur uit armoede wordt zowel in België als in Nederland (sinds een jaar of 6) gekozen uit karperlichtingen die niet anders zijn dan een overschot van de commerciële kweek voor consumptie. Dat resulteert algauw in een grotere eenvormigheid dan wenselijk. Dat geldt in het bijzonder voor uitzetprojecten die in zee gaan met slechts één kweker of leverancier. Ons advies is om zoveel als mogelijk te switchen van uitzettype en dus vaak ook van kweker/leverancier.

 

De spiegelkarpers van Junge zijn geleverd door Carpfarm. SKP-en hebben archieven vol van dit type. Met de eenheidsworst van deze leverancier valt het nogal mee. Hoewel kaal en hooggebouwd (Hongaars bloed) duidelijk overheerst bij dit type, zijn er in kleur en bouw wel degelijk vaak grote onderlinge verschillen. Duidelijk is dat dit (Junge ving er wel wat meer dan de getoonde 2) niet de meest gelukkige lichting vissen was.

 

Ook Carpfarm is (tot ons genoegen) trouwens aan de slag met het ontwikkelen van een meer geschikte uitzetkarper met een rijkere beschubbing.

Geslaagde Carpfarmer in Amstelboezem

 

Een relevante vraag is of voor consumptie gekweekte karpers sowieso minder geschikt zijn voor uitzetting dan bijvoorbeeld de speciaal voor de sport gekweekte Valkenswaardstammen. Door onze ervaringen met SKP-en weten we dat het beeld genuanceerder is dan soms wordt voorgesteld. Dat de levenscyclus van snelgroeiende consumptiekarpers kort is, lijkt onder veel karpervissers al bijna een algemeen aanvaard feit. Maar is dat wel een feit? Vergeet niet dat de alom bezongen Heidemijkarpers en ook de vissen uitgezet in Redmire primair voor consumptie gekweekte karpers waren.

 

Hangt die levensverwachting niet eerder samen met de bouw van karpers?

 

Er zijn sterke aanwijzingen (ondermeer vanuit de SKP-en) dat karpers met een ‘ongelukkige’ bouw het veel minder goed doen qua groei en overleving. De vissen met een, wat Junge noemt, evenwichtige bouw zijn wellicht beter toegerust in the struggle of life. Vooral in grote open watersystemen is dat wel nodig ook. Daar zijn de fraai gebouwde vissen opvallend vaak de toppers (in lengte en gewicht) van een water. Die constatering kan natuurlijk ook samenhangen met de betere levensverwachting van de beter gebouwde vissen ten opzichte van extreme hangbuiken en andere afwijkingen. 

Type klassiek Valkenswaard

 

 

Met in het achterhoofd de aanwijzingen dat het model van de karper – van welk stam, ras of type ook – invloed heeft op groei en overleving is het raadzaam om nog eens goed te kijken naar je bestelling en daaraan wellicht voorwaarden te stellen. Hoe arbitrair misschien ook: ernstige gebreken, bij karpers hoeven we niet te pikken. In Vlaanderen, waar overheden bepalen met welke kweker in zee wordt gegaan, ligt dat helaas buiten de directe mogelijkheden, maar in de Nederlandse situatie is dat eenvoudiger. Het aanbod van zwak beschubde consumptievissen is dermate groot dat je makkelijk kunt uitwijken naar een andere kweker.

 

Voor de BVK zien we bij het ontwikkelen van een geschiktere uitzetkarper een voortrekkersrol die we graag op ons nemen. Elk SKP, iedere visrechthebbende of waterbeheerder is bij ons van harte welkom voor specifiek advies over karperuitzettingen.  

 

Joris Weitjens

 

* Klapstaart is een verzamelterm voor fouten in de staartpartij inclusief de staartwortel. Die term raakte in zwang na een OVB-lichting in 1999 waarvan vrijwel alle vissen deze gebreken vertoonden.  

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail