Januari 2014 – Vondeltje en de Geestmanleder

SKP-mannen (en –vrouwen) van het eerste uur herinneren zich vast wel “the fish called Vondeltje”. Een projectspiegel met een bijzondere geschiedenis. Is er dan nieuws over Vondeltje? Nee, geen nieuws en in dit geval betekent dat waarschijnlijk slecht nieuws. Afhakers bij op leeftijd uitgezette of overgezette karpers zijn immers geen zeldzaam verschijnsel. Toch is er een directe aanleiding om Vondeltje van stal te halen: een voor ons nieuwe foto van de recordkarper van Willem Geestman uit 1957.

Vangstgeschiedenis

Op 4 december 1999 werd Vondeltje als 7 ponder met een kleine zegen gevangen in het Vondelpark in Amsterdam. Terugzetten in een door
Vondeltje paar maanden na uitzettingwinter- en zomersterftes geteisterd park was geen optie. Tot mijn genoegen werd de bestemming het boezemwater, zeg maar de grachten van Amsterdam. Ik was zelf niet bij afvissing en uitzetting aanwezig maar de foto wekte gelijk m’n interesse. Ik kon geen enkel schubje en ook geen schubbenkam ontdekken: een echte leder in de boezem! Nog geen twee maanden later schepte ik voor een maatje de vis in de Amstel! Bij bestudering bleek er toch één miniscuul schubje op de staartwortel te zitten.

In september 2001 verbaasde Theo Mittendorff ons tijdens een meerdaagse sessie in het IJmeer met de vangst van een echte leder van 16 pond. Het miniscule schubje bracht me wel op het spoor van Vondeltje, maar kon het wel zo zijn dat een oude vis van ruim 7 pond binnen 2 groeiseizoenen 9 pond was gegroeid en bovendien via de meest waarschijnlijk route ruim 22 km verwijderd van z’n uitzetplek? Jawel, dat kon. Het was ‘m.

Vondeltje door de jaren heen

Toen ging het snel. Kennelijk had de vis daar z’n draai gevonden want de meldingen stroomden binnen en steeds in het IJmeer nabij de warmwateruitlaat.

In maart 2005 strikte Theo Vondeltje opnieuw voor m’n ogen. Dat was voor mij al de vierde keer dat ik Vondeltje schepte voor een ander en hoewel dat heus een kick geeft wilde ik ‘m toch wel heel graag zelf haken. Ik was niet de enige. Vondeltje had een zekere faam opgebouwd en was voor een handvol karpervissers misschien een eerste serieuze targetvis. Had vast ook te maken met de explosieve groeisprint die Vondeltje had ingezet.

Kort na de laatste vangst van Theo werd ik kilometers verwijderd van Vondeltjes stamkroeg (de warmwateruitlaat) gewekt door een bijzondere kale en ook slanke spiegel. Pas op de mat herkende ik de vis: het piepkleine schubje. Vondeltje! Afgepaaid en wel.

In de winter van 2006 was Ruud Visser de laatste die Vondeltje in levende lijve mocht bewonderen. De vis zag er weer goed uit en groeide nog altijd (in lengte). Helaas, na die vangst is het stil geworden en gebleven rond Vondeltje. Al vanaf ongeveer 2010 vermoedden we het ergste en nu we in 2014 zijn kan er wel een kruis door dit sieraad. Anders horen jullie het meteen.

 

De directe aanleiding om Vondeltje van stal te halen is de presentatie van Gerwin Gerlach tijdens de BVK-meeting. Hij liet een foto zien van een van de meest beroemde en beruchte karpers van Nederland: de recordkarper van Willem Geestman uit 1957. Gelijk vielen me een paar dingen op.

  • Al is nog zo aannemelijk gemaakt dat er door Geestman gesjoemeld is met zowel vangplaats als gewicht, het is wel écht een grote vis.
  • De karper heeft geen schubbenkam onder de rugvin.
  • Het uiteinde van de rugvin hangt als een snavel van een kraai in de lucht.
  • De ‘gekrulde’ buikvinnen

Willem Geestman

Afwijkingen aan de vinnen komen vaak voor bij lederkarpers (en rijenkarpers). Dit maakte de conclusie meteen onontkoombaar: zowel de Geestmanvis als Vondeltje zijn geen spiegelkarpers met toevallig weinig schubben, maar karpers met een afwijkend genenpatroon: ‘echte leders’ dus. Beide karpers hebben het genotype ssNn, terwijl zowel spiegels (ssnn) als schubs (SSnn of Ssnn )nooit een grote N in hun genen (kunnen) hebben. (Zie genetica)

 

Wanneer een karper wordt geboren met een grote N heeft hij een flink verminderde kans om de eerste jaren te overleven. Gerwin vertelde dat om die reden de OVB in 1957 besloot om die leders (en ook echte rijenkarpers SsNn) uit het kweekprogramma te bannen. Dat maakt echte leders en rijen, tot (wat Nederland betreft) exclusieve kweekproducten van de Heidemij die immers tot 1957 de kweek en teelt van karper verzorgde. Lederkarpers zijn dan ook praktisch uitgestorven geweest in Nederland. Pas de laatste jaren zitten er af en toe weer lederkarpers tussen de kweekproducten van Peschkes en Carpfarm. Echte rijenkarpers kom je wel nog tegen. Een verrassend hoog percentage van in openbaar water geboren karpers bestaat zelfs uit rijenkarpers. Het N-gen van rijenkarpers lijkt toch te hebben overleefd.

 

Het lijkt aannemelijk dat die ‘wilde rijenkarpers’ nog in de verte afstammen van de door de Heidemij tussen 1900 en 1957 massaal uitgezette karpers in openbaar water. Aanwijzingen dat er ook ‘wilde leders’ bestaan heb ik nooit gezien.

 


De opgroeivijver van Vondeltje in het Amsterdamse bosMet die wetenschap: zou een karper die in december 1999 59 cm bij 3850 gram op de schaal bracht voor 1957 geboren kunnen zijn? Dat is meer dan 40 jaar oud! Met zekerheid kunnen we er natuurlijk niks over zeggen, maar er is wel een plausibele verklaring. Bekend is dat pootkarper (meest k1 of jonger) van de Heidemij tientallen jaren in de zogeheten kweekvijvers in het Amsterdamse bos terechtkwam. Een groot watercomplex dat tjokvol met karper kwam te zitten. Niet gek dat groei van karper daar uitermate traag was. De kweekvijvers werden bijna jaarlijks afgevist waarbij de voldoende gegroeide karpers werden verspreid over wateren in en rond Amsterdam.

 

In het Vondelpark is vanaf 1972 begonnen met het uitzetten van karper (vaak vanuit die kweekvijvers) en dat heeft tot begin jaren 1990 geduurd. Goeie kans dat ‘Heidemijer’ Vondeltje daar tussen heeft gezeten. In het Vondelpark waren de omstandigheden niet veel beter. Stonden die hippies eigenlijk wel eens een korstje brood af aan de karpers…?

 Vondeltje in Vondelpark

Het zou me niet verbazen als Vondeltje toen de kleinste echte leder was die in Nederland rondzwom!

 

Dat karpers op latere leeftijd een (absurde) groeispurt doormaken wanneer ze maar in goede/rijke omstandigheden mogen leven is niks nieuws meer. Een van de verklaringen is dat zo’n vis z’n hele leven heeft moeten vechten om z’n kostje bij elkaar te scharrelen en dat zo gewend is dat de vis z’n intensieve voedselzoekgedrag volhoudt in optimale omstandigheden. Tel uit je groei!

 

Vondeltje is helaas ook een voorbeeld van een vis die de overgang naar rijkdom en vrijheid moet bekopen met een bliksemcarrière die plots eindigt. Rijst gelijk de filosofische vraag: Hebben we er goed aan gedaan om Vondeltje over te zetten naar het open water? Kun je beter schransend en feestend ten ondergaan in de Zuiderzee of als een Boeddhist je leven eindeloos rekken onder de oude wilg in het Vondelpark?

 

Alles beter dan als zogenaamde recordkarper creperen in een teil in de Jan Steenstraat…

 

Joris Weitjens

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail