Februari 2014 – Cijfermagie; toeval of wijsheid? Bendevorming in Vlaanderen

Sommigen cijferen zich een leven lang te pletter, anderen nemen hun bestaan een pak luchtiger en liggen hoegenaamd niet wakker van een getalletje meer of minder. Ikzelf behoor ontegensprekelijk tot de eerstgenoemde groep. Die liefde voor cijfers mag je trouwens als een Godsgeschenk noemen wanneer je het monitoren van één of meerdere spiegelkarperprojecten onder jouw verantwoordelijkheid neemt. Uitzetgewichten, migratiekilometers, lengtetoename, vangstgewicht, gemiddelde gewichtstoename, overlevingspercentages, noem maar op. Cijfertjes, ten voeten uit.

Vermoedelijk was de inleiding van ‘spiegel van de maand’ nog nooit zo saai…

Naar ’t water nu. In november 2011 werden er 140 projectspiegeltjes (220kg) uitgezet op de Leie te Oost-Vlaanderen. De exacte locatie was trouwens op het kruispunt van de rivier de Leie, en het afleidingskanaal van de Leie, in de volksmond ook wel het Schipdonkkanaal genoemd. Diezelfde dag al spookt een nog steeds niet beantwoorde vraag door mijn hoofd. Hoeveel van die uitzetvisjes blijven op de Leie, en hoeveel zijn er domweg het Schipdonkkanaal opgezwommen? Dat Schipdonkkanaal staat trouwens 15km verder (richting Noorden) in open verbinding met het kanaal Gent – Oostende (voortaan KGO).

Blij als 'n kind met 'n visje van 1.4kgAmper vier maanden later (maart 2012) vang ik een spiegeltje op mijn favoriete kanaal KGO, zowat in de buurt van de grens tussen Oost- en West-Vlaanderen. Op mijn mat spartelt duidelijk een kweekvruchtje. Piepjong, amper 1,4kg. Dat geringe gewicht doet me in het haar krabben. De laatste uitzetting op dit kanaal (KGO) dateert immers van begin 2011, en toen wogen de spiegeltjes gemiddeld al ruim twee kilogram. Verwarring alom. Tijdens een helder moment het besef dat het – met veel geluk – eentje van de Leie kan zijn. Hoewel… vier maanden na uitzetting, en nu al op ’n andere waterloop, dik 25km verwijderd van zijn of haar uitzetpunt? Gekker moet het niet worden. Ik was aangenaam verrast toen Jeroen (SKP-Leie verantwoordelijke) me heuglijk nieuws kon brengen. Ik had nummer 73 van de Leie te pakken. De eerste terugmelding trouwens van het Leie-project. Trots als een gieter met een visje van nog geen anderhalve kilogram…

Juni 2013. We maken een sprongetje in de tijd. Ik vis een doordeweekse drie-uurtjes-sessie in de spreekwoordelijke achtertuin. KGO, Beernem dus. Tussen de enthousiaste, veelal slanke kanaalschubjes door sluipt zomaar een opvallend spiegeltje. Hooggebouwd, een
Nr 70, lid van de Leiebendeingevallen buikje ten teken van een recent paaifestijn. Goed voor precies 4kg. Quasi zeker een projectspiegeltje! Thuisgekomen start ik volle goeie moed de PC op, en klik door naar de map uitzetfoto’s. Een voor één gaan de submapjes van KGO voor de bijl. Wanneer ik de allerlaatste foto wegklik, besluipt me een ontgoocheld gevoel. Hier klopt iets niet, zo’n hooggebouwde vis kan nooit een ‘natuurlijk product’ zijn. Pas enkele uren later valt het kwartje. Zou het opnieuw een Leie-beestje zijn? Opnieuw brengt Jeroen verlossing. Bingo! De eerste terugmelding van nummer 70. In grote letters noteer ik de cijfers bij in het vangstenboek. Maar hey, wacht eens even? Welk nummer had dat spiegeltje vorig jaar? 73 dus. Toeval, of een stille hint? Lees gerust verder.

Wanneer we in Vlaanderen uitzetten, dan vormen we vaak een menselijke ketting. Iemand schept uit, iemand weegt, twee mensen zorgen voor ’n knappe foto, en de laatste schakel zet de visjes één voor één uit. Wanneer zo’n team op kruissnelheid draait, dan gaat er zowat iedere halve minuut een visje te water. Tien vissen gaan dus binnen een tijdsspanne van vijf minuten te water. Hoeveel tijd zat er tussen Leie 70 en Leie 73, denk je? Twee minuten, meer was het niet! Zou het zomaar kunnen dat die twee visjes er samen op uitgetrokken zijn? Het is jullie allemaal wel al opgevallen dat de pas uitgezette spiegeltjes nog even blijven hangen, alvorens ze er echt vandoor gaan. Leie 70 en Leie 73 zijn dus mogelijks samen op ontdekkingstocht gegaan. Noem het de vlucht naar Egypte, of toch maar KGO?

De vangst van Leie 70 en Leie 73 noopte me tot nadenken. Het kan ook toeval zijn, maar dat weiger ik te geloven. In mijn boekenkast steekt een groene map. In die map alle uitzetlijsten van West- en Oost-Vlaanderen. Uitzetnummers, met daarnaast het uitzetgewicht. Sinds dag één heb ik de gewoonte om een gevangen projectspiegel (althans, zijn bijhorend nummer) met groene fluo te markeren. Haast ongeïnteresseerd blader ik door de vele lijsten. En terug. Iets viel me op. De groene fluo’s hadden de neiging tot ‘groeperen’. Ijzer 2001 bijvoorbeeld. Tussen nummer 49 en 57 staat enkel nummer 53 niet in fluo. De omliggende acht nummers werden allemaal minstens één keer gevangen. Tussen nummer 69 en 80 staat dan weer geen enkel nummer in fluo. Elf vissen op rij, nooit teruggemeld. Terwijl het terugmeldpercentage van de IJzer 2001 toch rond de 40% ligt. Op andere lijsten een vergelijkbaar beeld. Bewuste bendevorming of nog steeds toeval of toevallige bendevorming? Misschien is het groepje nooit teruggemelde IJzerspiegels van nummer 69 tot en met nummer 80 samen – in school – een aangetakte polderloop ingetrokken die quasi nooit bevist wordt? Een schooluitstap, enkele reis. Teambuilding voor vissen, zeg maar. Of erger, zwommen ze zij aan zij de sluis door richting Noordzee? De dood voor ogen…

Overzicht IJzer

Puur uit interesse nam ik er het lijstje van de Damse vaart bij. Dat stukje vaart is zo’n 6 km lang, en bevat geen enkele mogelijkheid tot migratie. Hoe denk je dat het fluo-verloop er hier uitziet? Precies, lukraak door elkaar, verdeeld over de volledige tabel. Geen flinke groepen, geen grote leegtes.

Overzicht Damse Vaart

Bestaat toeval? Hebben cijfertjes iets magisch? Of hechten pas uitgezette (kweek)karpers dan toch gelijk aan de eerste de beste soortgenoten die ze tegenkomen en blijven het daarna partners in crime?

Aan jou de eer om het eindoordeel te vellen.

Filip Matthys

De aandachtige lezer vraagt zich misschien af (bij alinea 3 en 4) wat de bende projectspiegeltjes van de rivier de Leie Oost-Vlaanderen deed besluiten linea recta naar KGO te zwemmen? Was dat het betrekkelijk kalme water van het kanaal tegenover het onvoorspelbare en stromende water van de rivier de Leie? Hadden we ze misschien niet beter de trektocht bespaard en ze maar direct op het KGO de vrijheid geschonken hoorde ik een bevriende karpervisser zich afvragen…

 

Neen, de omgekeerde migratie vindt namelijk ook plaats: KGO-projectspiegels 435, 436, 444, 472 en 482 werden in 2011 (samen met nog 80 andere visjes) in Lovendegem uitgezet en kozen er voor om het kanaal in te ruilen voor de rivier de Leie en zwommen hierbij nog eens ettelijke kilometers stroomopwaarts vooraleer kennis te maken met mijn onthaakmat.

 

Let vooral ook op, hun cijfertjes liggen ook hier dus niet zo heel ver uiteen. Ook ving ik gedurende drie jaar enkel en alleen maar spiegeltjes uit één en dezelfde lichting terwijl Lovendegem toch drie keer een lichting spiegeltjes ontving. (Dus ik zeg: ‘magische bendevorming’ die best lang stand houdt.)

 

Waar worden deze lieverdjes de volgende keer gevangen, de Leie of toch maar terug op het KGO of doen ze ons verbazen en gaan ze nog een sluisstuk verder de rivier op? De magie van SKP-en…

 

Maiko Busschaert

 

KGO-migrant 436, vijf kilo bijgekomen in twee jaarLeie OVL 117 koos er voor om (voorlopig) op de rivier te blijven

 

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail