December 2014 – Zoute Spiegels

Je hebt van die momenten dat je denkt, ik moet me lelijk vergissen, maar ik denk toch echt daar iets interessants te zien. Maar een paar tellen later denk je weer, nee joh je moet niet dingen gaan inbeelden….

Een bekende vorm die de waterspiegel breekt, of toch niet?

Een bekende vorm die de waterspiegel breekt, of toch niet?

Het voorjaar van 2014 heeft mij vissend niet veel karpers opgeleverd. Dit had alles te maken met het feit dat ik veel tijd door bracht in Oost-Groningen. Normaal is dit de tijd dat ik onder andere fanatiek op jacht ben naar de SKP spiegelkarpers van de Friese Boezem. Ik was weliswaar fanatiek aan het vissen, maar dit keer niet op uitzetspiegels of andere vormen van Cyprinus carpio. Ik had namelijk de mogelijkheid gekregen om een stageopdracht uit te voeren waar je u tegen zegt.

In opdracht van Van Hall Larenstein en waterschap Hunze en Aa’s mocht ik als Milieukundestudent en een collega student een vismonitoringsonderzoek uitvoeren. Dit onderzoek was gericht op de werking van de twee nieuwe vispassages bij de schutsluis Nieuwe Statenzijl. Deze vispassages zijn in opdracht voor het project “Van Wad tot Aa’s” geplaatst. Dit project is tot stand gekomen om onder andere de vismigratie te verbeteren tussen de Drentsche/Groningse wateren en de Waddenzee. Dit is nodig aangezien de mens drastische ingrepen in het verleden heeft verricht aan de watergangen. Denk maar aan sluizen, gemalen, stuwen enzovoort. Men is in Nederland druk bezig met soortgelijke projecten om de vismigratie en hopelijk de visstand te verbeteren. Mijn stageopdracht was – kort gezegd – gericht aan te tonen wat voor vissoorten en hoeveel vissen zich melden voor een vispassage en wat gaat er door heen. Dit kwam er dus op neer dat er veel gevist moest worden. Zo werden vele glasalen, spieringen, driedoornige stekelbaarzen, botten, schollen en andere vissoorten in de netten gevangen. Oftewel, tijdens het onderzoek kon al gerust gezegd worden dat deze vispassages goed werk verrichten.

Allemaal leuk en aardig denk je, maar wat heeft dit met het eerder beschreven “iets interessants’’ te maken; we zijn tenslotte karpergeïnteresseerden. Op een locatie die zich bevindt op de grens van zout/brak en zoet water en toevallig ook op de grens tussen Nederland en Duitsland, zou je niet snel karpers verwachten. Maar toch blijkt de werkelijkheid je weer eens te kunnen verrassen. Tijdens één van mijn monitoringsdagen vielen mij hele bekende V-vormige boeggolven voor de sluis op. Alleen door de locatie had dit nog niet snel de indruk dat dit om karpers zou kunnen gaan. Het water is namelijk aan die kant van de sluis zout/brak. Daarom was ik eerst in de veronderstelling dat het hier om vissen gaan die thuishoren in dit milieu. Door mijn nieuwsgierigheid werd ik geprikkeld om uit te zoeken om welke vissoort dit ging. Het waren ten opzichte van de vissen die ik wel ving namelijk reuzen. Om er toch achter te komen welke vissoort het ging, moest ik op onderzoek uit. Dus ging ik gewapend met een camera plus telelens op pad wanneer het eb was. Bij eb staat het water namelijk laag en had ik uit eerdere ervaringen geleerd dat de V-vormige boeggolven beter konden worden waargenomen. Dat is toch weer eens heel wat anders dan met een hengel struinen tussen de polders en stadsvijvers. Helaas zie ik die dag geen vis omdat er teveel wind staat en de sluis openstaat waardoor het water te veel in beweging is.

Zo verstrijken er enkele dagen zonder ook maar een glimp op te vangen van deze mysterieuze vissen. Toch blijf ik steeds de camera meenemen omdat ik graag wil weten hoe het hier zit en de omgeving is prachtig genoeg om andere leuke dingen te fotograferen. Dit blijkt een slimme zet want ik krijg de kans waarop ik gehoopt had. Ik weet een groepje vissen te volgen die heel af en toe door het ondiepe water de waterspiegel doorbreken. Dan blijkt mijn wereldje even op zijn kop te staan. Het blijkt een groepje karpers te wezen!

Een groepje karpers die zich herkenbaar maakt tijdens het “jagen”.

Een groepje karpers die zich herkenbaar maakt tijdens het “jagen”.

Ik had een document gelezen, opgesteld voor It Wetterskip Fryslân, waarin met modellen werd vast gesteld dat ook karpers door gemalen en sluizen de Waddenzee op gespuid werden. Dit fenomeen zorgt voor een flink percentage verlies. Van de karper is bekend dat ze minder kritisch zijn naar de kwaliteit van hun omgeving. Daarom kunnen ze ook makkelijk gekweekt worden en waren ze geliefd bij de monniken. Zo wordt in het kennisdocument van de Karper in Nederland van Sportvisserij Nederland ook beschreven dat ze zeer tolerant voor hogere chloridegehaltes (indicatie voor wat in de volksmond zout genoemd wordt) in het water zijn. Tijdens het onderzoek werden deze waarden gemeten en kon achteraf vastgesteld worden dat die waardes de normen niet overschreden. Toch is het bijzonder hoe karper zich daar weet te handhaven. Het gebied waar de karpers zich bevinden is het Eems/Dollard-estuarium. Dit is een gebied met getijden en grote variaties aan slib,chloride en zuurstofgehaltes in plaats en tijd. Dit gebied is onderhevig aan invloeden tussen Waddenzee en de rivieren de Eems en de Westerwoldse Aa die constant wisselen in stroomsterkte. Zo is bij veel regenval het water zoeter (minder chloride) en minder slibrijk en vaak ook zuurstofrijker omdat er dan grote hoeveelheden water via de Eems en Westerwoldse Aa worden afgevoerd door het estuarium richting de Waddenzee. Deze dynamiek maakt het voor veel diersoorten tot een zeer interessant gebied. Daarnaast is het ook nog een zeer zeldzaam gebied omdat dergelijke gebieden (getijdengebieden) massaal zijn veranderd door de mens. Denk maar aan de Deltawerken in Zeeland.

Het intergetijdengebied Eems.Dollard.

Het intergetijdengebied Eems.Dollard.

De variërende omstandigheden in het gebied zorgen er voor dat er soorten leven die zich goed kunnen aanpassen of leven op de rand van hun vermogen.

Doordat er grote hoeveelheden voedingstoffen bevinden is dit een aantrekkelijke plek voor organismen om zich hier te vestigen of te bezoeken. In dit estuarium is de biomassa aan natuurlijk voedsel zeer hoog. Tijdens het onderzoek werden regelmatig gigantische hoeveelheden garnalen gevangen. Deze garnalen, en voornamelijk de zo genoemde aasgarnalen, kwamen dan als wolken in het water opzetten wanneer het vloed werd. Dit is een voorbeeld van een soort die hier duidelijk leeft op de rand van zijn vermogen. De garnalen hebben de voorkeur voor zouter water en kunnen doordat het vloed wordt een stuk landinwaarts komen. Dit komt doordat het zoutere water met een hogere soortelijke massa onder het zoete/brakke water het land ingeduwd wordt. Dit fenomeen ook wel een zouttong genoemd kan enorme afstanden afleggen in diepe geulen van het estuarium en werd tijdens het onderzoek duidelijk waargenomen. Door het verschil in soortelijke massa heeft bij laag water (eb) het water dat zicht aan de zeekant voor de sluis bevindt meer een zoet/lichtbrak karakter. Als het hoogwater is (vloed) wordt deze laag naar boven gedrukt waardoor de eerste meter t.o.v. waterspiegel een zoet/licht brak karakter heeft.

Regelmatig kon ik goed waarnemen dat de karpers fanatiek aan het “jagen” en “verzamelen” waren op de grote hoeveelheden natuurlijk voedsel. Bij laag water kwamen de vissen dan met hun ruggen boven water. Bij hoger water konden de vissen door de boeggolven gevolgd worden. Vaak zwommen de karper in schooltjes van ongeveer 15 stuks. In zo’n school van een divers pluimage zwommen enkele grote exemplaren van >15 kg en enkele prachtige projectspiegels van rond de 10 kg. Je kon de vissen goed volgen maar dan ineens konden ze verdwenen zijn.

Een SKP karper die zich op ondiep water bevindt op zoek naar voedsel tijdens eb.

Een SKP karper die zich op ondiep water bevindt op zoek naar voedsel tijdens eb.

Doordat de biomassa aan natuurlijk voedsel in het estuarium zeer hoog is, kan het voor karpers de moeite waard zijn om risico’s te lopen. Van alle keren dat ik de karpers heb waargenomen, kreeg ik niet één keer de indruk dat de vissen zich niet prettig voelden in het zout/brakke water. Waarschijnlijk hebben deze karpers een methodiek ontwikkeld om hier te overleven. Bijvoorbeeld migreren ze via de schutsluis (voor het schutten van boten) of via één van de vispassage (catflaps) tussen binnen- en buitenwater. Zo heb ik V-vormige boeggolven waargenomen die bij openen van de catflaps en schutsluis die kant op bewogen. Dat de vissen daadwerkelijk hierdoor heen zwemmen, is niet vast te stellen met de kennis die nu beschikbaar is. Mogelijk zwommen de vissen er heen omdat bij het openen van de schutsluis of het in werking treden van de vispassages er zoet water uit de Westerwoldse Aa het estuarium intreedt. Om vast te stellen wat er daadwerkelijk gebeurt ,worden wellicht in de toekomst vissen voorzien van een zender. Het geven van een zender aan vissen, is iets wat veel toegepast wordt door de wetenschap in onder andere de Drentsche/ Groningse beken voor hengelsportfederatie Groningen Drenthe en Waterschap Hunze en Aa’s.

 

Dit kan een veel completer beeld geven van de migratie van vissen en hun onderlinge variaties. Hierdoor kan er op makkelijker wijze veel meer info worden verzameld over de migratie van karpers, dan bij de nu toegepaste manier van terugmelden en het eindeloze monnikenwerk van zoeken en terugvinden van SKP-spiegels in de database.

 

Vele visgroeten en hopelijk heeft dit weer bijgedragen tot het vergroten van de kennis van de bijzondere wereld van de karper.

 

Florian Landstra

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail