Behandeling van uitzetkarper

Karper staat bekend als een taaie vis. Het is om die reden ook een dankbaar beest voor onderzoek. Die taaiheid heeft eveneens voordelen als je ze voor consumptiedoeleinden gebruikt. Bekend is het verhaal van Franse karpers die in de vorige eeuw in de kelders van restaurants werden opgehangen en dagenlang levend werden gehouden door met rode wijn doordrenkte watten in de bek te stoppen. Mede door dat soort verhalen werd aan de behandeling van uitzetkarpers in de eerste jaren van de SKP’s niet zo veel aandacht besteed. Vanaf 2005 begon het SKP’s echter op te vallen dat van duidelijk beschadigde karpers veel minder meldingen kwamen.

Wonden en aandoeningen blijken in de winter en lente na uitzetting zichtbaar te escaleren. Inmiddels is wel duidelijk dat zowel ernstige beschadigingen als overmatige stress tot (extra) uitval kan/zal leiden in de eerste winter/lente na uitzetting. Sindsdien wordt in alle stadia van kweekvijver tot uitzetting gestreefd naar verbeteringen in de behandeling van karpers. Dat gebeurt door ons als uitzettende partij, maar zeker ook door kwekers en leveranciers.

Er is wel wat gewonnen tussen 2000 en 2018.

Er is wel wat gewonnen tussen 2000 en 2018.

Virussen en bacteriën bij uitzetkarpers

De meeste op onze website genoemde kwekers en leveranciers werken met gezondheidscertificaten. De vraag is wat zo´n certificaat waard is? Het creëert gemakkelijk een schijnveiligheid. Er is met zo’n certificaat zeker geen garantie op ziektevrije vissen. In de praktijk wordt van een partij karper altijd een klein sample karpers genomen dat op een beperkt aantal bekende virussen (SVC, KHV) en bacteriën wordt getest. Als je dan ook nog weet dat in Oost-Europese landen flink wordt gesjoemeld met die certificaten, dan besef je dat je je daarachter als karperbeheerder niet zomaar kan verschuilen. Het kweken van karper op grote schaal geeft per definitie problemen met de gezondheid van uitzetkarpers. Een simpele parasiet als de karperluis kan een karper fataal worden als de weerstand van die karper slecht is, en tegelijk het milieu waarin hij moet overleven niet deugt.

Er zijn recent (2018) een aantal initiatieven geweest, onder meer vanuit Sportvisserij Nederland, om het probleem van besmettelijke ziektes bij uitzetkarpers onder controle te krijgen. Sportvisserij heeft een bijzonder belang bij virusvrije uitzetkarpers door hun bemoeienis met overbezette karpervijvers. In dergelijke vijvers is voortijdige sterfte aan de orde van de dag. Bij het uitzetten van ongezonde karpers gaat het in dergelijke overbezette vijvers heel gauw mis. Dat probleem is er eigenlijk nauwelijks in grote open watersystemen. Daar tref je zelden grote dichtheden aan karper aan en bovendien is de doorstroming van het water hier meestal goed.

Dode projectspiegel in het vroege voorjaar.

Dode projectspiegel in het vroege voorjaar.

Wil je sterfte na uitzetting voorkomen dan dien je naar onze overtuiging primair de zaakjes in het uitzetwater op orde te hebben. Dat wil zeggen: goede waterkwaliteit, geen overbezetting en goede doorstroming. Die factoren zorgen er in de regel voor dat uitgezette karpers zich kunnen aanpassen aan hun nieuwe omgeving zonder al te veel uitval. Tegelijk hebben hier de originele (autochtone) karpers voldoende conditie en weerstand om de stress en overdracht van veel ziektes op te vangen.

Het is wel raadzaam om altijd de hoeveelheden per uitzetkeer te beperken. Extra waakzaamheid is geboden bij wateren waar al lang (tien jaar of langer) niet is uitgezet.

Je mag ons altijd om advies vragen op contact@karperbeheer.nl.

Behandeling van karper op de kwekerij

Hoe minder handelingen, hoe beter voor de uitzetkarper. Ideaal is: direct vanuit de vijvers inladen in een klaarstaande vrachtwagen en binnen een paar uur afleveren aan het uitzetwater. In de praktijk worden er echter veel handelingen gedaan en is opslag onvermijdelijk. Dat gebeurt zeker als distributie niet direct vanaf de kweeklocatie gebeurt.

Het afvissen van een Frans kweekmeer

Het afvissen van een Frans kweekmeer

Maar ook als distributie kort na afvissen plaatsvindt, zijn er handelingen die karpers kunnen verwonden en extra stress bij de uitzetkarper opleveren. Tijdelijke opslag tussen afvissen van kweekvijvers en afleveren aan het uitzetwater, geven natuurlijk meer kans op verwondingen. Karpers in opslag zitten meestal erg dicht op elkaar en zeker als opslagbassins van hard en ruw materiaal (zoals beton) zijn gemaakt, levert dat extra verwondingen en stress op.

Afnetten van het opslagbassin bij Corten

Afnetten van het opslagbassin bij Corten

Tijdelijke opslag heeft ook een voordeel. Eventuele ziektes openbaren zich vaak in de eerste dagen/weken van opslag. Zo kan de (integere) leverancier alsnog afzien van levering.

Transport van karper

Typische transportschade

Typische transportschade

Karpers kunnen zichzelf en elkaar flink beschadigen bij vervoer. SKP-verantwoordelijken kennen allemaal wel de typische neus- en kieuwdekselbeschadigingen die je liever niet ziet. Belangrijk is dat de vis in de opslagtank zo weinig mogelijk zwemruimte heeft. Dat vermindert de kans op stoten en het verwonden van elkaar met de harde vinstralen. Door het aanbrengen van schuimrubber matten in de opslagtank kun je als leverancier onnodige schade voorkomen.

Enkele kwekers doen een kleine hoeveelheid verdovingsvloeistof in de tank. Dat houdt de vissen, ook na vervoer nog een tijdlang rustig. Dat is meteen ook prettig bij verwerking op de karperplank. Tot nu toe zijn daarvan nog geen nadelen gebleken.

Afleveren bij de klant

Het glijbaantje van de OVB, waarmee karper zo uit de wagen het water in roetsjte, leek zo goed als voorbij, maar uitzettingen in open water nemen thans in omvang flink toe. Visrechthebbenden en/of waterbeheerders vinden het niet altijd nodig dat er aan SKP-monitoring wordt gedaan en dat maakt de weg vrij voor in omvang grote uitzettingen. Uiteraard is er dan de winst van minder handelingen. Vraag is wel of dat opweegt tegen het gevaar van grote/massale uitzettingen op één plek plus natuurlijk het verlies van een controlemiddel.


Bij een SKP is het de verantwoordelijkheid van de ontvangende partij om ervoor te zorgen dat de karpers gelijk van de vrachtwagen in goede (zachte) opslagtanks/zwembaden kunnen worden overgeladen om te worden ´verwerkt´ voor de eigenlijke uitzetting. Ideaal is wanneer zowel leverancier én SKP over een rubber netten beschikken. Dan hebben we het over de dikdradige netten die enkel uit rubber bestaan. Dundradige netten die gecoat zijn met rubber geven nog wel ‘hangers’: karpers die met hun harder vinstralen blijven halen.

Van de vrachtwagen in een zwembad blijft een beproefde methode

Van de vrachtwagen in een zwembad blijft een beproefde methode

Nat werken is belangrijk om de slijmlaag niet aan te tasten en om beschadiging door ´klapperen´ in teilen te minimaliseren.

Behandeling aan het water

Bij een SKP-uitzetdag dient de organisatie helder te zijn. Zorg dat je alles op tijd klaar hebt staan. Zorg dat je met voldoende mensen bent die je van tevoren duidelijke taken geeft. Ook hier geldt: hoe minder handelingen, des te beter het is voor de karper.

Goede spullen, heldere organisatie.

Goede spullen, heldere organisatie.

Plak een centimeter op je karperplank. Wegen is een lastige extra handeling en vaak niet nodig. Je kunt ht gewicht vrij precies schatten als je de lengte weet en de bouw van de karper ziet. Als je kiest voor k3 uitzetkarpers ligt het uitzetgewicht vrij standaard tussen 1200 en 2500 gram. Bij ons kun je altijd navragen wat het gewicht van de uitzetkarper bij benadering is.

Met name degene die de karper op de plank zet dient handig te zijn met karpers. Het afdekken van de ogen van de karper maakt de vis vaak rustig.

Minder bekend, maar zeker het overwegen waard, is het gebruik van neopreen handschoenen. Die handschoenen zijn lekker warmte-isolerend (handig in de winter), nemen de slijmlaag niet op, en zorgen ervoor dat men niet geprikt wordt door die harde vinstralen.

Neopreen handschoenen zijn een aanrader

Neopreen handschoenen zijn een aanrader

Hoe en waar uitzetten?

Er zijn best veel projecten die karpers handmatig, zelfs stuk voor stuk, verdelen over het water, bijvoorbeeld om een goede verspreiding te krijgen. Weet wel dat dat werkt voor de eerste paar jaar na uitzetting, maar al snel zwemt alles door elkaar. In groot open water kun je de uitzetplekken dus rustig beperken. Minimaal tien km tussen de uitzetpunten is een zinvolle afstand. De ervaring leert dat in komvormige delen van een water de verspreiding veel langer duurt dan in lijnvormige.

Voor de overleving van de eerste maanden is het raadzaam om karpers in de buurt van winterverblijfplaatsen uit te zetten in plaats van midden op open water. Jonge karpers gaan intuïtief op zoek naar bescherming. Daar staat tegenover dat grote ophoping van karper het gevaar van overdracht van ziektes met zich mee brengt. Zeker als je veel in een keer uitzet (meer dan 300) dan is enige spreiding wel aan te raden. Een middenweg lijkt dus het beste advies.


Het weer zit vaak niet mee, voor de vrijwilligers, maar ook niet voor de karpers. Grote temperatuurverschillen bezorgen karper veel (soms fatale) stress.

Tijd van het jaar

De meest gunstige tijd van het jaar om karpers te vervoeren en uit te zetten is het moment dat de vis gestopt is met (veel) vreten en de slijmlaag en vetlaag op hun dikst zijn. Die slijmlaag en vetlaag zorgen voor bescherming bij vervoer en moeten de uitzetkarpers tot aan mei de meest hachelijke periode door helpen. Die slijm- en vetlaag is van half november tot januari op z’n dikst. De vis heeft dan voldoende reserves en de beste kans om in het relatieve koude water te recupereren en te acclimatiseren. Het is een feit dat karpers die je uitzet in maart of april dichtbij het begin van het groeiseizoen zitten. Je ziet echter wel vaak dat de vissen die in die periode worden geleverd dermate weinig weerstand hebben dat het eerder leidt tot directe sterfte onder de uitzetters. Tijdens stockage wordt er vaak niet meer bijgevoerd door de kweker of leverancier (kwestie van geen ‘overmatige bemesting’ in de stockageruimte te generen). Vaak zie je dat aan de ingevallen buikjes van de uitzetkarpers. Uiteraard geen positief teken met het oog op overleving.

Ter nuancering: Behoorlijke verliezen bij uitzetkarpers (denk aan bij benadering tussen 15 en 25%) in de eerste en tweede winter/lente zijn er altijd, hoe goed de karper ook wordt behandeld. Door een goede behandeling kun je bij benadering 10% beter scoren.

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail