De ideale uitzetkarper

Lang geleden had men ook al ideaalbeelden over pootkarpers en in het bijzonder het hoofd pootvisafdeling van de toen (1956) juist opgerichte OVB, de heer Bungenberg de Jong.

Het kweekproduct karper moest aan vijf eisen voldoen:

  1. Bevredigende uitzettingswaarde (een groot percentage uitgezette vissen moet uitgroeien tot vangstwaardige karpers).
  2. Aantrekkelijk exterieur (zwaar beschubde spiegels en schubkarpers).
  3. Maximale groei bij minimaal voedergebruik.
  4. Hoge sportwaarde (goede vangbaarheid en vechtlust).
  5. Resistentie tegen ziekten.

Opvallend genoeg was er dus ook al in 1956 oog voor het uiterlijk van karpers. Iets anders is of in de kweekpraktijk ook aan die eisen werd voldaan. Dat was niet het geval. Debatten over de inferioriteit van kweekkarpers afkomstig van de OVB speelden eind jaren 1960 begin jaren 1970 hoog op. En inderdaad kweekte de OVB karpers, met name spiegelkarpers, die ook met de blik van nu lang niet altijd door de beugel konden. ‘Gedrochten’ werden ze genoemd.

Dit soort OVB-spiegelkarpers (geleverd tussen 1965 en 1975) zorgden voor veel discussie (foto 1978)

Onder invloed van die kritiek zie je dat OVB-spiegelkarpers een rankere bouw krijgen. Bovendien kwam het accent steeds meer te liggen op schubkarpers met een deel wildbloed. Omdat (ook) heterozygote schubs (genotype Ssnn *) werden gebruikt zat er ook een percentage spiegelkarpers in de nakomelingen. Spiegelkarpers waren tussen 1980 en 1990 vooral een bijproduct van de vijverkweek met schubkarpers.

Vanaf 1970 leverde de OVB een aantal lichtingen karakteristieke Valkenswaardspiegelkarpers (foto 1986)  

Vanaf 1970 leverde de OVB een aantal lichtingen karakteristieke Valkenswaardspiegelkarpers (foto 1986)

Ondertussen steeg de vraag naar spiegelkarpers snel en de OVB voelde zich haast gedwongen tot het ‘nabouwen’ van klassieke Valkenswaardspiegels. Het afstrijken van karpers maakte de weg vrij voor meer gerichte teelt van spiegelkarpers. Spiegelkarpers van de Valkenswaardbloedlijn zijn qua beschubbing vaak een lust voor het oog, maar we stellen meer eisen aan een ideale uitzetkarper. Na de start van de SKP’s (1998) kwamen er nogal wat mankementen van de Valkenswaardspiegel (van dat decennium) aan het licht. Van veel lichtingen tussen 1998 en 2005 waren de overlevingskansen ronduit slecht.

Prachtig beschubde ‘klapstaart’ uit september 1998; zowel groei als overleving bleven ondermaats van dit type (foto 2006)

Prachtig beschubde ‘klapstaart’ uit september 1998; zowel groei als overleving bleven ondermaats van dit type (foto 2006)

De BVK is geen vereniging die met alle trends vanuit de moderne karpervisserij meewaait. Karpervissers anno 2018 willen vooral grote karpers vangen maar (gelukkig) ook steeds vaker unieke exemplaren; onderscheidend qua uiterlijk. Nog los van de individuele herkenbaarheid van mooi beschubde spiegelkarpers, mag esthetiek, als het aan de BVK ligt, best een woordje mee spreken. Ons ideaalbeeld is in ieder geval niet een karper die binnen de kortste keren 20 kilo of meer bereikt en daarna niet meer in de vangsten wordt teruggezien. Dus: liever een gestaag groeiende karper die in goede gezondheid oud kan worden dan een snelgroeier die binnen vijf tot tien jaar na uitzetting de geest geeft.

Bouw van karpers

Karper is een soort waarvan de bouw zich snel, binnen enkele generaties, aanpast aan de omgeving. Gunstige eigenschappen worden doorgegeven en minder gunstige gaan op den duur verloren. Bij overbevolking en ondiep water krijgen karpers vaak de typische lage torpedobouw. Die bouw werd/wordt vaak geassocieerd met wilde karper, maar ook bij wildvormen van karper kan de bouw afhankelijk van de omgeving flink verschillen. Karpers van grote en middelgrote rivieren en meren zijn weliswaar variabel gebouwd, maar gemiddeld robuuster/breder dan verwilderde schubkarpers van ondiepe polders.

De veelgehoorde stelling dat Valkenswaardspiegels ouder worden dan karpers van andere (consumptie)bloedlijnen lijkt ook een kwestie van bouw te zijn. Zeer oude karpers zijn vaak rank gebouwd en laat de dat nu net een kenmerk zijn van de gemiddelde Valkenswaarder. Bij de meest ideale bouw van karper heeft ‘het frame’ de mogelijkheid om uit dijen. Juist de wat ranker gebouwde karpers groeien vaak goed in lengte. In goede omstandigheden komt het gewicht daar achteraan. Kortere/hogere karpers met korte staartwortels groeien vaak veel minder goed in lengte. In open water zien we al stagnatie optreden bij circa 75 cm. Dergelijke karpers halen in gewicht hooguit circa 12,5 kg.

Deze mooi gebouwde en goed herkenbare Duitser uitgezet in 2010 doet het uitstekend in het boezemwater rond Amsterdam. Karpers met een dergelijke bouw hebben een hoge levensverwachting.

Deze mooi gebouwde en goed herkenbare Duitser uitgezet in 2010 doet het uitstekend in het boezemwater rond Amsterdam. Karpers met een dergelijke bouw hebben een hoge levensverwachting.

Vergroeiingen

Soms zijn afwijkingen bewust gekweekt, bijvoorbeeld hoogruggigheid (discussen, bordmodellen, pizza’s). Voor consumptiedoeleinden zijn dergelijke afwijkingen slechts een voordeel. Van kweekkarpers die voor de sportvisserij worden gekweekt verwachten wij dat ze voldoen aan een bepaalde maatstaf. Afwijkingen aan vinpartijen of krommingen in de ruggengraat/wervelkolom zijn dan ongewenste bijeffecten. De OVB schrok in 2000 behoorlijk van kritiek vanuit SKP-hoek op de ‘klapstaartspiegels’ uit 1998 en 1999. En het hielp direct! Ernstige vervormde staartwortels kwamen bij spiegelkarpers van Viskweekcentrum Valkenswaard nadien niet of nauwelijks meer voor.

Greep uit de ‘klapstaartlichting 1999’

Sinds we bij de BVK de link hebben gelegd tussen bepaalde vergroeiingen en op den duur achterblijvende groei en/of mindere overlevingskansen (in open water) zijn we extra alert op afwijkingen in bouw. Kwekers en leveranciers kunnen vergroeiingen bij uitzetkarpers terugdringen door goede selectie bij ouderdieren of door tussentijds en vóór leverantie te sorteren.

Dergelijke discussen stagneren snel in groei en er zijn aanwijzingen dat ze zich moeilijker handhaven in groot open/stromend water

Dergelijke discussen stagneren snel in groei en er zijn aanwijzingen dat ze zich moeilijker handhaven in groot open/stromend water

Hoe groot en duur zet je ze uit?

De prijs voor uitzetkarpers gaat per kilo. Hoe langer de karper op een kwekerij verblijft, des te groter en duurder de vis dus wordt. Hoewel de prijs een behoorlijke rol speelt bij de keuze van uitzetkarpers, willen SKP’s in de regel best iets meer betalen voor mooi beschubde spiegels met goede overlevingskansen. Die overleving is essentieel bij karperbeheer. Volgens onze berekeningen, waarbij je uitsluitend overleving betrekt, ben je in gemiddelde omstandigheden het beste af met een gezonde, onbeschadigde k3 vis tussen de 2000 en 3000 gram. Karpers in die leeftijd/gewichtsklasse geven het hoogste rendement, maar goedkoper ben je uit door meer uit te zetten en dan te kiezen voor k2/k3 van circa 1200 gram. Dan heb je in gemiddelde omstandigheden iets meer uitval (bij benadering, 25%) maar ben je in verhouding goedkoper uit.

Het doel van het uitzetten van grotere karper, vanaf 5000 gram, is waarschijnlijk karpervissers zo snel mogelijk aan targetvissen te helpen. Echter hoe ouder de uitzetkarper, hoe moeilijker die karper zich aanpast aan een nieuwe omgeving. Dat geldt zeker voor groot open water. De prijs voor grotere oudere karpers ligt fors hoger, terwijl het rendement minder goed is dan bij uitzet van k3-karpers. Bovendien mag je bedenken dat in gezond water geschikte k3 karpers van 2000 gram binnen één groeiseizoen gemakkelijk 5 kg of meer wegen. Tel uit je winst!

Uitpuilende planken beloven karpervissers meer dan in de regel wordt waargemaakt

Uitpuilende planken beloven karpervissers meer dan in de regel wordt waargemaakt

De kiloprijs van karper loopt ook nog eens op naarmate de karper groter is. Een vis van 10 kilo kost bijvoorbeeld 150 euro, maar een 20 kilo vis kost dan niet 300 euro, maar 1500 euro…!

Natuurlijk zijn er aansprekende voorbeelden van overgezette oudere vissen die uitgroeien tot recordvissen. Over de uitval onder oudere overgezette vissen lees je echter zelden wat, maar je kunt er van op aan dat die uitval hoog is (bij SKP’s in open water tot circa 80% na twee jaar).

‘De Bosbaanvalk’ explodeerde qua groei na overzetting van overbezette Bosbaan naar voedselrijke boezem

‘De Bosbaanvalk’ explodeerde qua groei na overzetting van overbezette Bosbaan naar voedselrijke boezem

Aan het uitzetten van grote karper kleeft nog een bezwaar: het zal beroepsvissers stimuleren om op openbaar water gevangen grote karpers ter verkoop aan de hengelsport aan te bieden. Er zijn helaas nog steeds beheerders die zo oncollegiaal zijn om van dat aanbod gebruik te maken.

Vandaar onze slogan:

Verantwoord karperbeheer voer je met k3!

 

Positieve veranderingen

In 2012 schreven we op deze plek: ‘Wij zijn er van overtuigd dat er een behoorlijke markt open ligt waarop de ideale uitzetkarper flink kan scoren, ook commercieel. De eerste stenen zijn reeds gelegd. De ‘uitzetmarkt’ is stroperig, maar we zijn niet voor één gat te vangen.’

Kwekers en leveranciers hebben in de afgelopen periode steeds meer oor en oog gekregen voor de wensen vanuit beheerders, inclusief SKP’s. Veel kwekers en leveranciers ontwikkelen initiatieven om aan de nog steeds groeiende vraag naar mooi beschubde, goed groeiende, maar betaalbare uitzetspiegels te voldoen. Zowel EDKO-vis, Vandeput en Corten leverden drie jaar op rij (2014-2018) mooi beschubde spiegelkarpers tegen een redelijke prijs.

Plankfoto Corten (op beschubbing geselecteerde Tsjech) 2016 Corten (op beschubbing geselecteerde Tsjech) 2016
Corten (op beschubbing geselecteerde Tsjech) 2016

 

Plankfoto - Special Carp (EDKO-vis) 2016 Special Carp (EDKO-vis) 2016
Special Carp (EDKO-vis) 2016

 

Plankfoto - Vandeput (Valkenswaard) 2017 Vandeput (Valkenswaard) 2017
Vandeput (Valkenswaard) 2017

Sinds circa 2007 telt ook de schubkarper weer helemaal mee als uitzetkarper. Gekweekte schubkarpers (edelschubs) zijn volgens ons een aanwinst in het karperpalet, zeker in wateren waar nauwelijks of geen natuurlijke aanwas is. Maar ook in open wateren waar (nog) veel verwilderde schubkarpers zwemmen zijn edelschubs een welkome aanvulling. Ook als matching van spiegelkarpers lastig is geworden door veelvuldig uitzetten van kale spiegelkarpers, kun je beter edelschubkarpers uitzetten dan nog meer kale spiegelkarpers. Schubkarpers storen immers de SKP-monitoring niet.

Deze in 2011 als k5 uitgezette edelschubkarper was al in 2016 een targetvis pur sang

Deze in 2011 als k5 uitgezette edelschubkarper was al in 2016 een targetvis pur sang

Variatie bevorderen

Uitzetten van karper, of het nu in open water is of in vijvers, doe je vooral om het karpervissers naar de zin te maken. Het gros van de karpervissers vangt het liefst grote karpers, maar in toenemende mate gaan karpervissers (ook) voor mooi. Rijenkarpers, fraai beschubde spiegels en mooi gebouwde edelschubs krijgen ook zonder dat ze recordgewichten hebben steeds meer ‘status’.

Het meest aantrekkelijk voor de doorsnee karpervisser is waarschijnlijk een gemêleerd karperbestand waarin de verschillende varianten van karper in een bepaalde verhouding zijn vertegenwoordigd. Zo’n afwisseling van beschubbingstypen wordt erg gewaardeerd. Dat betekent dat de ideale uitzetkarper vooral maatwerk is. Voor groot open water, met semi-natuurlijke bestanden van voornamelijk verwilderde schubkarpers, zijn spiegelkarpers, naast het feit dat ze goed te monitoren zijn, bijna altijd een welkome aanvulling. Veel SKP’s hanteren de ‘spelregel’ dat je in semi-natuurlijke karperbestanden het percentage spiegelkarpers rond de 30% houdt. Zo blijft een spiegelkarper iets speciaals om te vangen.

In het gros van de Belgische kanalen en rivieren is elke spiegelkarper, ongeacht beschubbing of bouw, een welkome afwisseling!

In het gros van de Belgische kanalen en rivieren is elke spiegelkarper, ongeacht beschubbing of bouw, een welkome afwisseling!

Als het karperbestand (bijna) puur bestaat uit uitgezette karpers, zoals in veel afgesloten plassen en gestuwde kanalen, zal er vaak al een behoorlijke percentage spiegelkarpers rondzwemmen, vergeet dan vooral de edelschubkarpers niet!

Variatie in uitzettypen/bloedlijnen is ook duidelijk een pré. Het is nuttig en interessant om lichtingen en bloedlijnen onderling te vergelijken, op groeisnelheid en overleving. Een mengelmoesje aan bloedlijnen maakt je totale karperbestand bovendien minder kwetsbaar voor ‘foutjes’ die in elke bloedlijn zitten.

Variatie bevordert ook succesvolle matching: een mooie mix van rijk beschubde spiegelkarpers en de meer kale uitzettypen maakt het mogelijk om snel en adequaat te matchen. Heb je veel kale consumptiespiegels in je water zwemmen, dan is jouw ideale uitzetspiegel dus eerder eentje met een rijke beschubbing, en andersom ligt af en toe een uitzetting met meer kale uitzetspiegels voor de hand.

Resumerend ziet anno 2018 onze ideale uitzetkarper er zo uit:

De ideale uitzetkarper:

  • Heeft optimale overlevingskansen (vitaal)
  • Is bij levering (praktisch) onbeschadigd
  • Is gezond (geen (gevaarlijke) virussen, bacteriën, parasieten)
  • Heeft geen (ernstige) vergroeiingen
  • Heeft een uitzetgewicht tussen 1.5 en 3 kg.
  • Is niet al te duur
  • Groeit goed (ook in lengte)
  • Brengt variatie aan in het originele bestand
  • Is variabel beschubd (spiegelkarper)
  • Staat SKP-monitoring (matching) niet in de weg

 

Dat in onze beoordelingslijst van uitzettypen de kruising Villedon/Valkenswaard 2006/2007 zeer hoog scoort hoeft geen betoog wanneer je deze vis bekijkt!

Bronnen en relevante artikelen

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail