De ideale uitzetkarper

Lang geleden had men ook al ideaalbeelden over pootkarpers en in het bijzonder het hoofd pootvisafdeling van de toen de juist opgerichte OVB, de heer Bungenberg de Jong in 1956.

Het kweekproduct moest aan vijf eisen voldoen:

  1. Bevredigende uitzettingswaarde (een groot percentage uitgezette vissen moet uitgroeien tot vangstwaardige karpers).
  2. Aantrekkelijk exterieur (zwaar beschubde spiegels en schubkarpers).
  3. Maximale groei bij minimaal voedergebruik.
  4. Hoge sportwaarde (goede vangbaarheid en vechtlust).
  5. Resistentie tegen ziekten.

In 2001 hadden karpervissers vanuit de SKP-en hun eigen eisen en wensen ten aanzien van spiegelkarpers. De profielschets uit ‘Handleiding Spiegelkarperprojecten’ zegt het zo:

  • Gezonde, op gevaarlijke virussen geteste, karpers
  • Herkomst bekend
  • Variabel schubbenkleed
  • Minimaal 1 maximaal 5 kilo
  • Billijke prijs

Leggen we de eisen/idealen van onze tijd naast die van 1956 dan is er ogenschijnlijk weinig veranderd. Punt 1 uit 1956 kan vertaald worden met overleving van uitgezette karpers en in 2001 werd overleving gevat in het woord gezonde karpers.

De Ideale uitzetspiegel

De kruising van een Villedonhommer en een Valkenswaardkuiter bleek een groot succes: in 2006 een grote oogst van (helaas kleine) schitterend beschubde en goed groeiende spiegels

Het begrip sportwaarde zegt ons niet veel meer of wordt anders gedefinieerd. Karpervissers anno 2013 willen vooral grote karpers. Zeker nu blijkt dat karpers, zelfs in de lage landen, gewichten kunnen bereiken van 35 kilo ligt de lat erg hoog. De BVK is geen vereniging die met alle trends vanuit de moderne karpervisserij mee wil waaien. Ons ideaalbeeld is niet een karper die binnen de kortste keren de 20 kilo of meer bereikt. Liever een gestaag groeiende karper die in goede gezondheid oud kan worden.

Opvallend dat ook in 1956 al oog was voor het uiterlijk van karpers. Nog los van de individuele herkenbaarheid van mooi beschubde spiegelkarpers, dat van groot belang is voor SKP-en, is een beschubbing zoals veel van de klassieke Valkenswaardvissen hebben gewoon een lust voor het oog. Ook esthetiek mag best een woordje mee spreken als het aan de BVK ligt.

Sinds 2007 telt de schubkarper weer helemaal mee als uitzetkarper. Hoewel voor SKP-en minder geschikt vanwege de beperkte individuele herkenbaarheid, zien wij edelschubkarper als een aanwinst in het karperpalet. Kwekers/leveranciers in binnen- en buitenland bieden ze aan en we verwachten binnen afzienbare tijd met een overzicht te kunnen komen van edelschubtypen.

Hoe groot zet je ze uit?

Anders dan in 1956 is de prijs van uitzetkarpers in 2012 een factor van belang. Pootvis wordt niet meer gesubsidieerd en het geld wordt vaak bij elkaar geschraapt door karpervissers. Dat speelt soms ook een rol bij de keuze voor de grootte van de uitzetkarper, want de prijs voor karpers gaat nog steeds per kilo. Bovendien hoe langer de vis op een kwekerij verkeert hoe duurder de vis wordt. Volgens het onderzoekje dat het COS deed naar de overleving van uitgezette karpers is de meest ideale karper om uit te zetten een k3 vis van ongeveer 3000 gram. Die geven het hoogste rendement, maar goedkoper ben je uit door meer uit te zetten en dan te kiezen voor k2 van 1000 gram. Uit een andere enquête onder de SKP-en bleek dat de meeste projecten best iets meer willen en kunnen betalen voor mooi beschubde spiegels met goede overlevingskansen.

De bedoeling van het uitzetten van grotere karper vanaf 5000 gram is waarschijnlijk instant succes willen hebben. De BVK ziet het uitzetten van dergelijk grotere karpers als een slechte ontwikkeling. Er gaat een verkeerd signaal vanuit alsof dit zinvol beheer is, maar dat is maar zeer de vraag. Het lastige is dat er aansprekende voorbeelden zijn van overgezette grote vissen die zeer snel groeien. Daardoor wordt vaak niet gezien dat oudere vissen zich moeilijker aanpassen aan het leven buiten de kweekvijver. De resultaten op open boezemwater met oudere grote karpers laten zien dat van die oudere karpers weinig wordt teruggezien in de terugmeldingen. Aan uitzetten van grote karper zit nog een vervelend neveneffect vast. Het kan beroepsvissers stimuleren op openbaar water gevangen grote karpers ter verkoop aan de hengelsport aan te bieden. Daarnaast kan het karpervissers stimuleren om grote karpers over te zetten van open water naar vijvers.

Geen van beide wensenlijstjes noemt beschadiging als factor van belang. Dankzij de SKP-en weten we dat beschadigde karpers de eerste winter en lente moeilijk doorkomen. Gelukkig is die eis van zo onbeschadigd mogelijke uitzetkarper doorgedrongen tot de meeste kwekers en leveranciers. Wij zijn er van overtuigd dat er een behoorlijke markt open ligt waarop de ideale uitzetkarper flink kan scoren, ook commercieel. De eerste stenen zijn reeds gelegd. De ‘uitzetmarkt’ is stroperig, maar we zijn niet voor één gat te vangen.

 Relevante vragen over de ideale uitzetkarper

  • Hoe kunnen we (als BVK) kwekers en leveranciers overtuigen van een aantrekkelijke (SKP)markt waar je scoort met mooie spiegels?
  • Hoe verhouden de kwaliteiten van de verschillende typen edelschubkarper zich tot die van spiegelkarpers?
  • Hoe bundelen we als SKP-en en andere uitzetprojecten de krachten opdat we een duidelijk signaal kunnen geven aan kwekers?
  • Klopt het dat meer schubben kweken op een spiegel betekent dat de mortaliteit daarmee hoger wordt?

Bronnen en relevante artikelen

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail