Karpergenetica

Kruisingschema - Illustraties Robert Paul Naeff

Kruisingschema – Illustraties Robert Paul Naeff

Bovenstaande plaatjes hebben de meeste bezoekers vast al eens eerder gezien. Je hoort vaak dat als een spiegelkarper met een schubkarper paait, het nageslacht uitsluitend uit schubs bestaat. Dat hoeft dus helemaal niet. Net zo min als een schubkarper x een schubkarper lang niet altijd alleen maar schubkarpers oplevert. Dit schema verklaart wel waardoor bij kruisingen in buitenwater schubkarpers de overhand hebben of krijgen. Het feit dat spiegels uiteindelijk verdwijnen uit open water heeft in eerste instantie vooral te maken met het feit dat ze samen met schubkarpers paaien. Omdat het schubbenkleed van spiegelkarpers recessief (‘ondergeschikt’- aangegeven door een kleine letter s) vererft, worden spiegelkarpers langzaam verdrongen door de dominant verervende eigenschappen van de schubs (aangegeven met hoofdletter S). Overigens zal het spiegelkarpergen in zo’n gemengde populatie nooit helemaal verdwijnen. Het zal door heterozygote schubkarpers vissen blijvend worden doorgegeven en bij een kruising tussen twee van die heterozygote schubs weer in de nakomelingen opduiken. Zo duurt het in grote open watersystemen, waar in het verre verleden veel ´edelkarpers´ zijn uitgezet, en waar succesvolle voortplanting voorkomt, wel enkele generaties voor spiegelkarpers totaal ontbreken.

Een andere in de literatuur genoemde reden dat spiegelkarpers verdwijnen is dat spiegelkarpers het mogelijk minder goed doen qua overleving in het eerste jaar van hun leven. Er zijn echter ook genoeg praktijkervaringen die geen houvast bieden voor die stelling. Het lijkt er wel sterk op dat in de natuur goed beschubde spiegelkarpers een voordeel hebben ten opzichte van kale karpers. Het is opvallend hoe vaak ‘wilde spiegels’ getooid zijn met vrij veel grote plaatschubben.

Edelbloed en edelschubs

Door de hernieuwde uitzettingen met spiegelkarpers op open watersystemen, mag je verwachten dat door natuurlijke kruisingen het aantal ‘wilde spiegels’ stijgt. Anno 2018 krijgen SKP-coördinatoren inderdaad steeds vaker jonge spiegels binnen die weliswaar enkele kenmerken hebben van ‘uitzetters’ maar niet in de uitzetarchieven voorkomen. Ook zie je thans dat verwilderde schubs in open water door het toegevoegde ´edelbloed´ van de (zwaar) gedomesticeerde consumptiekarpers hier en daar een robuuster uiterlijk krijgen en moeilijk te onderscheiden zijn van gekweekte edelschubs.

Een verwilderde schub met veel kenmerken van een edelschub

Een verwilderde schub met veel kenmerken van een edelschub

Er bestaan overigens misverstanden over de term edelschubkarper. Edelschubs zijn niet meer en niet minder dan gekweekte schubkarpers. Veredelen of domesticeren gebeurt om een organisme, plant of dier, naar de hand van de mens te zetten. Net als tomaten worden karpers daar in het algemeen ook voller van en groeien ze sneller. Maar vanwege het feit dat de OVB destijds (jaren 1970) ook (vermeende) wilde karpers heeft ingekruist is er sprake van spraakverwarring. Die gekweekte 25% wildbloed-hybrides worden (door karpervissers) niet aangemerkt als edelschubs. Toevallig hoog gebouwde, in de natuur geboren schubkarpers (verwilderde schubs) krijgt dat predicaat dan weer wel. Het zal dus lastig worden om steeds de juiste terminologie te bezigen.

Om het nog lastiger te maken heeft Viskweekcentrum Valkenswaard de OVB-wildbloedhybride terug gedomesticeerd tot een edelschub door sinds 2000 steeds de meest hoog gebouwde schubs te gebruiken voor kruisingen.

Net als de bloedlijnen van spiegelkarpers reikt de domesticatie van edelschubs tot ver terug in de tijd en ook momenteel wordt er in Oost-Europa (onder andere Polen, Hongarije, Tsjechië en Duitsland) nog veel werk gemaakt van het kweken van edelschubs: primair voor consumptie maar in toenemende mate ook voor de hengelsport.

Rijen- en lederkarpers

Rijenkarpers van het Genotype SSNn of Ssnn. Uit Kirpichnikov V.S. (1981) Genetic Basis of fish Selection

Rijenkarpers van het Genotype SSNn of SsNn. Uit Kirpichnikov V.S. (1981) Genetic Basis of fish Selection

Zoals is af te lezen aan bovenstaande figuur hebben rijenkarpers een eigen genenstructuur, waarin dus, in tegenstelling tot spiegelkarpers ook een hoofdletter N voorkomt. Dat verklaart het feit dat in grote open watersystemen vaak een behoorlijk percentage echte rijenkarpers rondzwemt. Niet alleen kruisingen tussen rijenkarpers leveren namelijk (een deel) rijenkarpers op, maar ook kruisingen tussen schubkarpers en lederkarpers (ssNn) of kruisingen tussen schubkarpers en rijenkarpers SSNn of SsNn doen dat.

Voor de helderheid de mogelijke genetische patronen (in zoverre die genencombinaties levensvatbaar zijn) op een rijtje:

Genotype Beschubbingspatroon
SSnn Schub
Ssnn Schub
SSNn Rijenkarper
SsNn Rijenkarper
ssnn Spiegelkarper
ssNn Lederkarper

Het is duidelijk dat spiegel x spiegel 100% spiegel geeft (ssnn). Toch beweren verschillende kwekers dat in het nageslacht van twee gekruiste spiegels wel degelijk soms ook schubs voorkomen. Is dat een fout in bovenstaand schema? Of kun je schubs in het nageslacht van twee spiegels zien als mutanten? Mutaties terug in de richting van de natuur? Of zit het toch anders en gaat het misschien om kruisingen tussen twee rijenkarpers? Immers rijenkarpers (SSNn of SsNn) onderling gekruist geven een deel schubkarpers in de nakomelingen. SSNn x SSNn (rijen x rijen) geeft 25% zuivere schubs, 50% rijenkarpers en 25% lethaal (niet levensvatbaar) als nakomelingen.

Vanaf 1957 worden echte rijenkarpers en lederkarpers (ssNn) geweerd uit het kweekprogramma van de OVB omdat bij deze verschijningsvormen er veel uitval is in het eerste jaar en er afwijkingen optreden. Inderdaad hebben zowel rijenkarpers als lederkarpers vaak opvallend kleine ´krulvinnen´ (borst- en anaalvin) en vaak (ook) een opvallend schuin in de lucht wijzende laatste straal van de rugvin. Overigens komen dergelijke afwijkingen zeker niet uitsluitend voor bij rijen- en lederkarpers.

Een echte lederkarper, geleverd door viskwekerij Peschkes. Let op de korte ‘krulvinnen’

Een echte lederkarper, geleverd door viskwekerij Peschkes. Let op de korte ‘krulvinnen’.

Het feit dat met name rijenkarpers steeds weer opduiken in zowel het buitenwater als in de kwekerijen zegt wellicht iets over de vitaliteit van deze verschijningsvorm van de karper. De 2001-rijenlichting van Valkenswaard is bijvoorbeeld in Nederland een van de ‘taaiste’ lichtingen sinds 1998.

Een 2001-rijenkarper met een kenmerkende rugvin.

Een 2001-rijenkarper met een kenmerkende rugvin.

Kruisen van bloedlijnen

Heel lang werken/kruisen met ouderdieren van dezelfde bloedlijn geeft op den duur problemen, zoals erkend door de OVB in de jaren 1960. Volgens onze ervaringen zijn kruisingen van verschillende bloedlijnen vaak sterker wat betreft groei en overleving dan doorkweken binnen een zelfde bloedlijn. De kruising tussen een Villedonkarper en een Valkenswaardspiegel heeft in 2006/2007 een mooie, sterke, goed gebouwde en goed groeiende lichting opgeleverd. Sinds 2014 levert EDKO-vis kruisingen met zowel Hongaars als Valkenswaardbloed. Vooralsnog lijkt ook dit type het qua overleving en groei goed te doen in zowel kleinere wateren als open water.

De kruising Villedon/Valkenswaard 2006 bewijst keer op keer dat schoonheid en goede groei in open water hand in hand kunnen gaan.

Wij hopen dat deze positieve ervaringen kwekers stimuleert om nieuwe bloedlijnen te creëren die geschikt zijn voor uitzetting in open water.

Literatuur:

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail