Genetica

Kruisingschema

Bovenstaande plaatjes hebben de meeste bezoekers vast al eens eerder gezien. Het verklaart (mede) waarom bij kruisingen in buitenwater schubkarpers de overhand hebben. Toch hoor je vaak dat als een spiegelkarper met een schubkarper paait het nageslacht uitsluitend uit schubs bestaat. Dat hoeft dus helemaal niet. Net zo min als een schubkarper x een schubkarper lang niet altijd alleen maar schubkarpers oplevert. Het duurt bij kruisingen in de natuur, bijvoorbeeld op de grote open watersystemen, meestal enkele generaties voor spiegelkarpers totaal ontbreken. Door de hernieuwde uitzettingen met spiegelkarpers op open watersystemen, zou je verwachten dat door natuurlijke kruisingen het percentage ‘wilde spiegels’ zou stijgen. In de praktijk blijkt dat tot nu toe tegen te vallen. De uitval onder spiegels in de eerste cruciale levensjaren is daarvoor in buitenwater waarschijnlijk te groot.

Een ander misverstand is dat edelschubkarper het nageslacht is van spiegelkarpers. Spiegel x spiegel geeft 100% spiegel. Edelschubs zijn niet meer en minder dan gekweekte schubs. Ook die bloedlijnen reiken tot ver terug in de tijd. De OVB heeft eind jaren 1960 door kruisingen met wilde karper, het edele van schubs enigszins afgezwakt. Over het exacte percentage wildbloed is geen zekerheid. Lijkt eerder minder dan meer dan de altijd genoemde 25%.

Rijenkarpers komen in de natuur opvallend veel voor.Zoals ook is af te lezen aan de afbeeldingen hebben rijenkarpers een eigen genenstructuur die dichter tegen die van schubkarpers aanzit. In 1957 zijn echte rijenkarpers geweerd uit het kweekprogramma van de OVB, terwijl het toch een verschijningsvorm is die je ook nu nog terugziet. In grote open watersystemen behoort vaak een behoorlijk percentage van partieel beschubde karpers tot de echte rijenkarpers. In de natuur is dat dus een vrij normale ‘mutatie’. Maar ook in het kweekprogramma van de OVB is de rijenkarper niet uitgebannen. De zeer opmerkelijk lichting 2001 vertoont alle kenmerken van echte rijenkarpers.

In het algemeen werkt het zo dat uitwisseling van bloed een sterker ras of bloedlijn geeft. Heel lang werken met dezelfde ouderdieren geeft problemen, zoals erkend door de OVB in de jaren 1960. Het is volgens ons raadzaam om, zeker als je voor uitzetten geschikte karper wil kweken, op tijd ander bloed in te kruisen. Het experiment met een kruising tussen een Villedonkarper en een Valkenswaardspiegel in 2005 heeft een mooie sterke en goed groeiende lichting opgeleverd. Dat verdient navolging.

 Relevante vragen over genetica van karpers

  • Zijn de afwijkingen in staartwortel (klapstaarten) en ruggengraat, zoals je bij vrijwel alle types weleens of vaker aantreft, het gevolg van inteelt?
  • Valt er door middel van selectie op leeftijd te kweken. Met andere woorden een karpertype te ontwikkelen dat ouder wordt dan de gemiddelde karper van nu?

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail