Karper en beroepsvistuig

Staand want

Staande WantStaandwantvisserij is een manier van vissen waarbij een net als een doorzichtig muurtje in het water staat. De hoogte van staand want is in binnenwater circa 2 meter en mag niet op ondiep water (1.50 cm) worden gezet. De vis raakt in het net verstrikt doordat de vis rechtdoor blijft zwemmen en dan niet meer voor of achteruit kan. Deze manier van vissen vindt in binnenwater meestal plaats op baars en snoekbaars, maar ook wel op brasem. De maasgrootte (minmaal 10 cm) bepaalt welke vis er doorheen kan zwemmen. Als ook brasem (en karper?) het doelwit is wordt de maaswijdte soms groter genomen (tot 20 cm), ook om het uit het net schudden van de verstrikte vis te vergemakkelijken.

De visserij vindt meestal ‘s winters plaats met een duidelijke piek in maart. Ook ’s zomers wordt echter met staand want gevist speciaal op snoekbaars en dan vaak op overgang naar diep water (kuilen). Aan de IJmeerkust bij Muiden vindt standwantvisserij regelmatig plaats. In de periode 2003-2010 was bij afslagen aangeleverde karper vaak afkomstig uit die omgeving.

Normaal gesproken en zeker in de winterperiode doorstaan karpers het vastzitten in een staand want behoorlijk goed, maar als het staand want te lang staat kan de karper gemakkelijk stikken, doordat de karper z’n kieuwen niet meer kan bewegen. Bovendien vraagt het bevrijden van de karper om handigheid en zorg en wordt de vis daarbij vaak beschadigd. Omdat de vangst bij staand want meestal voor consumptie of vismeel wordt bestemd, belandt karper vaak op dezelfde hoop.

Karpervissers zijn in maart 2011 getuige geweest van een grote vangst van ondermeer karper en grote snoek tussen Muiden Kruitfabriek en Amsterdam Ijburg. Kilometers geschakeld staand want betekende het einde van veel karpers, waaronder grote schubkarpers tussen de 12 en 15 kilo. Enkele spiegelkarpers werden aangetroffen en gefotografeerd, maar tenminste één projectspiegel wist los te komen, want werd later teruggevangen!

Projectspiegel verward in staand want

Er is al sinds begin jaren 1990 veel weerstand tegen deze visserij omdat duikvogels verstrikt raken en stikken. Jaarlijks gaat het om vele duizenden vaak bijzondere hier overwinterende duikvogels. Dat feit heeft er toe geleid dat deze visserij aan banden wordt gelegd en wordt teruggedrongen. De provincie Flevoland heeft staandwantvisserij verboden aan de kust van het Markermeer. In alle wateren gelegen in de ecologische hoofdstructuur (Natura 2000 wateren) is staandwantvisserij in verband met watervogels inmiddels verboden. Daaronder valt de kust van het IJmeer tussen Muiderberg en Amsterdam. Recent (februari/maart 2013) was er een duidelijke opleving van dit type visserij, iets westelijker aan de kust bij IJburg. De beroepsvissers zijn daarvoor geverbaliseerd omdat de visrechten van die strook water tegenwoordig bij de Amsterdamse Hengelsportvereniging behoren.

Zegen

Een zegen is groot sleepnet met aan het eind een kuilzak. Het net wordt rond gelegd, meestal met behulp van bootjes en vervolgens langzaam (met behulp van een lier) naar één punt getrokken. Meest gebruikte maat op grote wateren is een lengte van 500 meter. Ze bestaan van een kilometer lengte of meer. De hoogte is tot 6 meter. De binnen het net aanwezige vis wordt heel langzaam een diepe zak in gedwongen.

De visserij met zegen vindt plaats van november tot eind maart. Meestal gericht op brasem en voorn. In Nederland en België worden die vissoorten nauwelijks gegeten. Veel ‘witvis’ gaat tegenwoordig naar Rusland en andere Oost-Europese landen. Levend leveren deze soorten meer op, maar de meeste beroepsvissers hebben niet de middelen om de vis levend en wel op te slaan en te vervoeren. Enkele bedrijven zoals de firma Van Wijk uit Groot Ammers hebben zich daarin gespecialiseerd en met name voor grote levende brasem is een behoorlijk afzetmarkt in het zuiden van Nederland en in België.

Karper is zeker niet de makkelijkste klant om te vangen met een zegen. Ze gaan vaak stijf tegen de bodem liggen zodat het net eroverheen wordt getrokken. Toch is het een manier van vissen waarbij soms veel karpers worden gevangen. Op grote open wateren vormen karpers in de winter niet zelden behoorlijke scholen en wanneer de beroepsvisser een zegen trekt in zo’n overwinteringsplaats, kan met een paar zegentrekken een substantieel deel van het karperbestand in de zegen belanden. Hoewel dat uitzonderingen zijn en substantiële karpervangsten eerder toevalstreffers zijn vormen jaarlijkse zegentrekken wel degelijk een bedreiging voor karperbestanden indien die karper niet wordt teruggezet.

Een dergelijke zegenvangst met veel karper is een uitzondering op open water

Een dergelijke zegenvangst met veel karper is een uitzondering op open water

Met de zegen gevangen karpers zijn meestal vrijwel onbeschadigd. Wanneer de karper meteen na de vangst goed wordt behandeld overleeft het overgrote deel. Daar heeft de beroepsvisser belang bij omdat met de zegen gevangen karpers (vaak) voor een behoorlijk prijs worden verkocht aan hsv-en of visvijvers in binnen- en buitenland.

Fuik

Je hebt verschillende soorten fuiken, maar de hokfuiken springen het meest in het oog. De stokken daarvan maken van die mooie plaatjes. Fuiken zijn bestemd voor paling en tegenwoordig ook voor wolhandkrabben en zijn niet bijzonder gevaarlijk voor karpers, zeker niet als er wordt gewerkt met keernetten die voorkomen dat schubvissen in de fuik terechtkomen. Jonge karpers gaan nog relatief vaak in de fout, vooral pas uitgezette karpers. Na menig uitzetting in het kader van een SKP belandde in de eerste weken na uitzetting een behoorlijk percentage van de uitgezette karpers in hokfuiken. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat pas uitgezette vissen enigszins gedesoriënteerd rondzwemmen en daarbij de walkant aanhouden, precies de plek waar fuiken staan. In Rijnlands boezem en de Amstelboezem ging dat enkele keren om een percentage van circa 25% of meer van één uitzetlichting!

Beroepsvissers zijn met hun fuiken in de regel niet op vangsten van karper uit en daar ook niet voorbereid waardoor fuikvangsten van jonge karper (gelukkig) vaak gewoon teruggezet worden. Toch is het als SKP heel verstandig om, als de uitzetting plaatsvindt in een water waar beroepsvissers actief zijn en zeker als er fuiken of staand want in de buurt staan, je contact opneemt met de betreffende beroepsvisser, want de kans is dus aanzienlijk dat pas uitgezette projectvissen erin zwemmen.

De paaitijd is een andere kwetsbare periode en dan lopen er soms ook volwassen karpers in de fuiken van beroepsvissers. Het is dan extra belangrijk dat de fuik op tijd worden geleegd want in een volle fuik houdt ook een karper het niet lang uit.

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail