Migratie en Verspreiding

Voor de BVK zijn migratie en verspreiding niet alleen interessante, maar ook relevante punten van onderzoek. Immers in open watersystemen bepalen deze factoren voor een belangrijk deel het effect van karper uitzetten. Vóór de eerste SKP-en op open water bestonden er wel degelijk studies naar trekgedrag van karper.

De gevonden resultaten gaven geen uitsluitstel en waren vaak gebaseerd op gezenderde of gemerkte karpers, waardoor na enkele maanden tot hooguit jaren de data stagneerden. Het prettige van de SKP-monitoring boven die met zendertjes of merkjes is dat de data blijven binnenkomen zolang de karper in leven is. Migratie en verspreiding van de eerste paar jaar na uitzetting geven (zo blijkt) een ander beeld te zien dan 15 jaar na uitzetting.

Migratie in groepjes - Foto Boudewijn Margadant

Het effect van SKP-en is juist gericht op duurzaamheid: een florerend karperbestand opbouwen waar deze en de volgende generatie van kan genieten. Uitzetten op open water was misschien geen sprong in compleet duister, maar tenminste wel in een schemergebied.

Na 15 jaar SKP-en weten we een pak meer en kunnen we beginnende SKP-en op open wateren van advies voorzien over hoe je tot een gewenste verspreiding kan komen. Zowel met het aantal uitzetpunten als met de ligging daarvan valt de (ver)spreiding van projectkarpers zeker te sturen.

Terugkerende conclusies van SKP-rapportages over verspreiding op open wateren

  • Binnen een jaar na uitzetting ligt de gemiddelde afstand tot uitzetpunt tussen 5 en 10 km
  • Daarna gemiddeld een afstand per jaar van circa 500 meter tot 1 km verder van het uitzetpunt
  • Het effect van uitzettingen is goed merkbaar (in de vangst van karpers) in een straal van 18 km rond het uitzetpunt in de eerste jaren tot 25 km van het uitzetpunt in de afgelopen paar jaar

 Terugkerende conclusies van SKP-rapportages over migratie op open wateren

  • Grofweg een driedeling in migratiegedrag: nomadisch, honkvast, pendelaars (rondtrekkers) en karpers waar je geen peil op kunt trekken en die zijn ongeveer gelijk vertegenwoordigd.
  • Hoe kaler, eentoniger de omgeving, hoe expansiever de migratie van karpers
  • Aanwezigheid van duidelijke patronen in herbezoeken van winterverblijf en paaiplaatsen zijn (nog) niet of nauwelijks geconstateerd
  • Puur honkvast gedrag (vis steeds binnen dezelfde 5 ha water) gedurende een karperleven is uitzonderlijk
  • Homing instinct; er zijn tal van voorbeelden van projectspiegels die de weg naar een vroegere leefomgeving weten terug te vinden, zelfs na een ‘dropping’

Op deze webpage zullen we ook sterke staaltjes van migratie plaatsen. Een thema dat ook in ‘Projectspiegel van de maand’  vaak wordt behandeld.

 Relevante vragen over migratie en verspreiding

  • Groeien veelzwemmende nomaden minder hard dan honkvaste vissen?
  • Hoeveel km uit elkaar kies je de uitzetpunten op een megagroot watersysteem zoals bijv. IJsselmeer, of benedenrivieren?
  • Wat zijn obstakels voor migratie (voor karpers)?
  • Hoe reageert karper wat betreft migratie op bijzondere omstandigheden zoals hoog water/sterke stroming?

 

 

 

 Bronnen en relevante artikelen

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail