Karperziektes

Karpersterfte en karperziektes zeggen meestal iets over het gevoerde beheer. Hoe minder onvoorziene uitval, hoe beter het beheer. Als BVK willen we graag oog houden op karpersterfte van meer dan gemiddelde omvang. Logische vraag is: wat is gemiddeld? Gemiddeld is dat circa 5% van het totale karperbestand per jaar uitvalt. Bij 10 tot 25% spreken we over substantiële sterfte en bij 25% of meer over massale sterfte.

In de maanden maart en april is de weerstand van karpers in ons klimaat op z’n laagst. In die maanden vallen er dus gemakkelijk slachtoffers. Of het zover komt hangt sterk af van de conditie van de karper waarmee ze de winter in gingen. De volgevreten dikkerds hebben extra buffer en dat is gunstig om een lange winter en lente te overleven. SVC en KHV Een korte milde winter en een zachte lente zoals we die de afgelopen 15 jaar vaak hebben gehad geven een heel andere uitkomst dan een lange kwakkelwinter en een koud voorjaar.

Dode projectspiegel in voorjaar

SVC (Spring Viraemia of Carp) is de meest aangetroffen (dodelijke) ziekteverwekker (virus) bij karpers. Het blijft lastig om de symptomen te herkennen en te onderscheiden van KHV of andere virussen of bacteriën. De opgezwollen buik (vroeger heette het virus buikwaterzucht) en de uitpuilende ogen zijn opvallende kenmerken.

Het slaat vooral in de vroege lente toe als de weerstand bij de karper op z’n laagst is. Sterfte tot 30% van het bestand komt vaak voor en kan groter van omvang zijn. SVC komt in Nederland al heel lang voor en af en toe is er hier en daar een uitbraak met name in wateren met een hoge karperbezetting. Dat is niet verwonderlijk want juist in die wateren is de weerstand van de karpers laag.

Aan het begin van deze eeuw zat de angst voor het Koi Herpes Virus (KHV) er goed in. De sterfte kan oplopen tot 100%. Belangrijke kenmerken zijn aangetaste kieuwen die opvallend bleek, bijna wit van kleur worden. Eerder ingevallen dan bolle ogen zoals bij SVC.

Het virus heeft flink huisgehouden op kleine afgesloten (koi)vijvers met name in het buitenland. De angst was dat als besmette vissen in het buitenwater zouden worden uitgezet (en dat gebeurt) de uitbraak heel veel bestanden om zeep zou helpen. Dat is (nog) niet gebeurd. Op het buitenwater is dit virus wel aangetroffen, maar in Nederland pas één keer met zekerheid vastgesteld in 2009. Overigens in een zeer dichtbezet water. De sterfte bleek er ook lang geen 100 % te zijn.

Sterfte na uitzetting

Sterfte die optreedt kort na een uitzetting raakt direct aan de BVK. De eerste berichten over massale karpersterfte na uitzetting waren er rond 1999 in Zuid-Holland/Gelderland. Wat bleek: verschillende clubs hadden van een beroepsvisser pootspiegeltjes gekocht en her en der uitgezet. Het ging om ‘Oostblokspiegels’ (uit Tsjechië), afkomstig van een onbekende en goedkope kweker. De link tussen de niet gecertificeerde kweker en leveranciers en de sterfte die na uitzetting optrad lag voor de hand. De sterfte betrof met name de autochtone vissen: ‘de originals’.

Allengs bleek dat sterfte soms ook optrad na uitzetting van Valkenswaardspiegels en inmiddels kunnen we concluderen dat na uitzetting van spiegelkarper van elke kweker weleens sterfte onder de autochtone karpers is opgetreden. We kwamen als SKP-en zelf op het spoor van de oorzaak. Er blijkt een constante te zijn: substantiële en massale sterfte na uitzetting vinden plaats in afgesloten wateren waar lang geen karper is uitgezet. In wateren waar de afgelopen 20 jaar vaker is uitgezet speelt dit niet of nauwelijks. Ook is een dergelijke sterfte nog niet voorgekomen in grote open watersystemen.

KarperziektesDie uitbraken van sterfte hebben niet alleen te maken met de ziekteverwekkers die de uitzetvissen met zich meedragen, maar ook met lage (onvoldoende) weerstand van de originals. Verscheidene keren zijn karperslachtoffers (dood en nog levend) onderzocht in het laboratorium Centraal Veterinair Instituut (CVI) in Lelystad. Wat er vaak uitkwam was dat de karpers veel parasieten meedroegen en andere op zich niet dodelijke aandoeningen hadden die wijzen op verminderde weerstand.

Bekend is dat de factor stress veel invloed heeft op de weerstand in het algemeen en het afweermechanisme tegen ziektes in het bijzonder. Zeker bij vissen is dat het geval. Er zijn veel aanwijzingen dat het uitzetten van karpers in (vooral kleinere) afgesloten wateren aanzienlijke stress bij de originals geeft. Het lijkt erop dat de gretige nieuwelingen de oude vissen schrik aanjagen. Op grote wateren kunnen de originals dat oplossen door te verkassen. Op kleinere wateren is dat lastig. Bovendien zijn originals van oude bestanden (vergelijk het met de indianen na de komst van de Europeanen) lang niet blootgesteld aan bepaalde virussen en bacteriën.

Het lijkt dus een tweeledige kwestie. Ondermijning van de weerstand en tegelijk blootstelling aan ziektekiemen en parasieten waar de originals (nog) niet erg goed tegen gewapend zijn.

Advisering

Onze voorlopige conclusie is dat aan uitzettingen in afgesloten wateren met een beperkte omvang waar lang niet is uitgezet gevaren kleven voor de originals. Hoe ouder en kleiner het bestand, des te voorzichtiger je moet zijn met uitzetten. Om het risico zo klein mogelijk te houden en tegelijk wel een karperbestand van zekere omvang te behouden lijken kleinschalige uitzettingen verspreid over de tijd het meest veilig. Daarmee voorkom je (grote) stress bij de originals en krijgen ze voldoende tijd/kans om hun afweermechanisme voldoenden te laten werken.

We willen met de BVK graag een richtlijn/advies geven voor uitzettingen in afgesloten wateren waar een kleine bestand aan bijzondere vissen zwemt en lang (meer dan 10 jaar) geen karper is uitgezet. Daarop vooruitlopend vermoeden wij dat je met uitzetten in stuks van maximaal 5% van het geschatte totale bestand in het eerste jaar van uitzetten binnen veilige marges blijft.

Relevante vragen met betrekking tot karperziektes

  • Wat kunnen karpervissers bijdragen om ziekte(uitbreiding) te voorkomen en welke maatregelen zijn echt zinvol?
  • Bekend zijn: Goed spoelen en drogen van schepnetten/onthaakmatten. Ontsmetten van wonden. Knoflook in het voer verwerken.
  • Welk percentage dode karper komt boven drijven?
  • In hoeverre moet je bij afwegen van het risico op sterfte na uitzetting de lokale karpervissers een stem geven?
  •  Wat is de beste periode van het jaar om karpers uit te zetten met het oog op ziektes en sterfte?

 

Bronnen en relevante artikelen

  • Visionair – 5de jaargang nummer 23 – Karpersterfte in Nederland
Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail