Groei en Conditie

De meeste karpervissers zijn geïnteresseerd in de groei van karpers. Het is tegelijk een onderwerp waar pochen en visserslatijn op de loer liggen. Hoewel SKP-en op wetenschappelijke leest zijn geschoeid, merk je soms ook dat projecten niet graag voor elkaar onder doen als het om ‘groeicijfers’ gaat. Dat geldt ook voor karpertypes/bloedlijnen. De (vermeende matige) groei van de 25% wildbloedhybride van de OVB is zeker 30 jaar een fel punt van discussie geweest in Nederland.

Karpers zijn bijzondere beesten als het om groei gaat. We hebben behoorlijk wat voorbeelden van precies even oude spiegelkarpers met dezelfde ouders die na 10 jaar in hetzelfde buitenwater rondgezwommen te hebben meer dan 8 kilo en ruim 20 cm verschillen in groei! Van 1 naar 7 kilo en van 1 naar 15 kilo. Het tempo van groeien hangt van verschillende factoren af, zoals:

  • Aanleg om groot te worden
  • Voedselomstandigheden
  • Gretigheid om te azen
  • Levensduur van de karper

Vissen kunnen hun hele leven blijven groeien. Het beeld van de aftakelende karper die aan het eind van z’n leven inteert klopt (meestal) niet. Karperbeheerders die oog hebben voor duurzaamheid zijn daarom beter af met gestaag groeiende Valkenswaarders die de 40 jaar volmaken dan met snelgroeiers die de 10 jaar niet halen.

Sloterplas

Een mooi praktijkvoorbeeld is de Sloterplas in Amsterdam. OVB-karpers uitgezet tussen 1965 en 1975 begonnen midden jaren 1990 spectaculair te groeien van vissen van 10 kilo tot vissen van 20 kilo. Vissen van 25 jaar en ouder die een groeispurt maken! Hoe kan dat? Boilies, zeiden de karpervissers. Het voeren van veel boilies is op veel afgesloten wateren (zoals de Sloterplas) zeker een factor, maar niet het hele verhaal. Vanaf midden jaren 1980 namen de uitzettingen (qua omvang en hoeveelheid) in de Sloterplas (net als op vele andere wateren in de lage landen) af en begonnen de lichtingen karpers uitgezet in de begintijd (midden jaren 1960) terrein te verliezen, simpelweg omdat het sterftepercentage onder die groep hoger lag. De vrijgekomen (voedsel)ruimte werd direct benut door de overgebleven karpers. Dat proces ging door tot een bepaalde bezettingsgraad bereikt was. Sinds circa 2010 is de groei van de oude Valkenswaard-topvissen er wel uit en stijgt het aantal topvissen (20 kilo-plus) ook niet meer.

Groei kan zowel in lengte als in gewicht worden uitgedrukt. Zeker als je groei in gewichtstoename in de tijd wil meten, dien je altijd te bedenken dat karpers in ons klimaat groeien van ongeveer mei tot december. Probeer daarom altijd uit te gaan van het groeiseizoen. Als je in jaren of maanden rekent krijg je vaak rare getallen. Bovendien die je rekening te houden met hom- en kuitontwikkeling in het voorjaar.

Conditie bij vissen wordt bepaald door de verhouding tussen lengte en gewicht. Voor soorten als brasem en voorn bestaan eenvoudige en adequate formules, voor karper is dat helaas niet het geval. Dat heeft alles te maken met de verscheidenheid aan karpertypen, rassen enzovoorts en daarmee de verscheidenheid aan bouw van karpers. De sterk verwilderde schub scoort altijd laag en de Hongaarse spiegel altijd hoog bij de bestaande OVB-conditieformule. Neemt niet weg dat kennersogen heel wat aan het licht kunnen brengen. Ingevallen buiken, een grauwige kleur, karpers die los in de schubben zitten of schubben die verkleuringen laten zien. Allemaal tekenen dat de conditie te wensen overlaat. In karperputten een vrij normaal verschijnsel, zeker vlak na de winter en na de paaitijd. Maar ook op open watersystemen komt het voor. Uitgezette vissen redden het lang niet altijd even gemakkelijk. Een onvoldoende vetlaag bij leverantie betekent weinig reserve om de eerste winter en lente door te komen en het is vast geen toeval dat de uitval juist dan hoog is.

Bijzonder voorbeeld van karpers met een slechte conditie zijn karpers die lang bij uitlaten van war water hangen. Warmwaterlozingen werken als een magneet op karpers en vaak komen daar grote concentraties vis voor en dat heeft een grote weerslag op de conditie van de karper. Immers, heel veel meer te vreten is daar vaak niet. Bovendien wordt de vis daar in de winter in beweging gehouden en moeten ze ook nog zien te dealen met grote temperatuursverschillen. Kortom niet zo vreemd dat dit een aanslag is op de conditie van karpers.

Een karper in goede conditie glimt en de huid is dik. Dat ze ook meer en langer tegenstand bieden aan de hengel ligt voor de hand maar die vechtkracht zit ‘m vaak in heel andere dingen.

Eerder nog dan streven naar optimale groei is streven naar een goede conditie waarschijnlijk een betere waarborg voor een gezond en duurzaam karperbestand.

 Relevante vragen over groei en conditie

  • Wat zijn optimale groeiomstandigheden voor karper?
  • Hoe komt het dat tussen 1960 en 2000 zeer grote karpers (15 kilo-plus) zo schaars waren?
  • Groeien karpers op open water minder snel dan op afgesloten wateren?
  • Heeft zeer snelle groei gevolgen voor de gezondheid van karpers?
  • Is het raadzaam in te grijpen als de conditie van karper slecht is?

 

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail