Patrick Stultjens – De Otter, symbool van de Lage Landen

Markant, elegant en door velen geliefkoosd. Nederlands grootste en meest kenmerkende waterroofdier. Het is 1988 en de otter, symbool van de Lage Landen, is niet meer…

Opportunistisch en gedreven als hij was. Moedig en onverschrokken maar niet opgewassen tegen het tierende verkeer. De laatste Nederlandse otter sneuvelt en blijft verlaten achter op het asfalt.
2002, het jaar van de come-back, het jaar van de importotter. Een eerste poging voor een herintroductie van Lutra lutra (de otter) ziet zijn aanvang.

Met een gestaag groeiende populatie in de kop van Overijssel, Zuidoost Friesland en de Gelderse Poort lijkt deze toprover weer aardig voet aan wal te krijgen.

Ik ben enthousiast. Maar tegelijk met mijn enthousiasme, en bereidheid bij te dragen aan de herintroductie van de otter in Limburg, groeit ook mijn angst voor weerstand. Was het niet n.a.v. een vergelijkbaar project in Vlaanderen dat karpervissend België en Nederland in afschuw ontstaken..?

Bron: ARK Natuurontwikkeling

Momenteel kent ons land een otterpopulatie van 170 a 200 otters verspreid over de genoemde gebieden waarbij de dichtheid het grootst is in de omgeving van het herintroductiegebied (kop van Overijssel en Zuidoost Friesland). Aan de herintroductie van de otter zijn vele studies naar de geschiktheid van potentiële leefgebieden voorafgegaan en zijn de nodige voorbereidingen en voorzorgsmaatregelen getroffen. Zo werden (en worden) gekanaliseerde beken opnieuw de ruimte geboden vrij te meanderen. En, om het onwenselijk hoge aantal verkeersslachtoffers onder de otters terug te dringen, zijn er op diverse plekken, waar de verkeersintensiteit (met name tijdens de foerageerperiode) het hoogst is ontsnipperingsmaatregelen getroffen.

Doorgaande weg met hekwerk voor bescherming otter tegen verkeer.

Omdat de otter geneigd is bij het oversteken van wegen een route over land te verkiezen boven een route door het water heeft men onder bruggen loopplanken aangelegd.

Zo ook hier in Limburg waar beken als de Uffelse beek en de Tungelroyse beek in aanmerking komen als biotoop voor een toekomstige generatie otters.

Wie sinds de aanvang van dit decennium regelmatig actief is op social media (o.a. de diverse fora) heeft vast regelmatig bangelijke berichten voorbij zien komen waarin de otter stevig onder vuur werd genomen. Versterkt door macabere beelden van dode karpers waarvan de buikholte is weggevreten geven dergelijke berichtgevingen nog wel eens aanleiding tot massahysterie. Niet enkel vanuit de lage landen klinken verontrustende kreten, ook vanuit Groot Brittannië worden alarmerende echo’s over zee gedragen. Zonder enige nuance wordt er dikwijls een knuppel in het honderd geworpen en dendert de opschudding als een schokgolf over het wereldwijde web.

De noodzakelijke maatregelen ter verbetering van onze waterkwaliteit heeft geleid tot drastische transformaties van diverse watersystemen en plassen met als bijkomend gevolg de onherroepelijke, maar niet per definitie verkeerde, alternaties binnen onze visbestanden. Dit tot ongenoegen van de, met name gespecialiseerde, hengelsport.

Daar waar dit gepaard gaat met een hogere mate van predatiedruk (o.a. veroorzaakt door de aalscholver) is de otter zo welkom als een hond in de keuken. Zeker wanneer er in het territorium van Lutra lutra een water gelegen is met een uitgesproken functie als viswater leidt dit tot conflicten tussen de ‘nieuwe wildernis’ en de moderne samenleving.

Telkenmale wordt de otter genadeloos, en zonder enkel raffinement, murw geslagen op het ijs. “Het speeltje van de Natuurbeschermers, het zou hen ontnomen moeten worden.”

Het mag beslist geen geheim meer zijn dat ik stellig pro-otter ben. Maar om mijn visie goed te kunnen onderbouwen dien ik een aantal relevante aspecten te belichten. Aspecten waar je misschien niet direct bij stilstaat wanneer je een oordeel probeert te scheppen met betrekking tot de herintroductie van een inheems dier als de otter. Kwesties zoals ecologische belangen, bestaansrecht (ethiek), recreatieve belangen en empathie (emotie).

Men is geneigd hoofdzakelijk marginaal te redeneren vanuit de eigen belangen/behoeften. Social media getuigt van een trend. Een epidemie van afbrekend responderen op elke welwillende actie van ieder die tracht constructief bezig te zijn. Met name natuurbeheerders mogen steevast rekenen op een partijtje goedkoop schenen schoppen. Oftewel, het zonder enige nuance, en met bekrompen blik, onbeschaamd schofferen.

De otter; waterrover bij uitstek

De otter is een waterdier bij uistek. Een elegant en behendig visser die zich hoofdzakelijk voedt met kleine witvis en baars. Naast vis staan ook kreeftachtige, schaaldieren, kleine zoogdieren maar ook insecten op het menu. Een otter eet per dag een hoeveelheid van 1-1.5 kg voedsel. 80-90% daarvan bestaat uit vis. In het kader van dit artikel is het van belang te weten dat 90-95% van het voedsel van de otter bestaat uit witvis en baars met een grootte van 10-20 cm.

Opportunistisch als deze rovers zijn kan het bij uitzondering voorkomen dat een otter zich eens vergrijpt aan meer lijvige exemplaren van soorten als karper of snoek. In dat geval vreet de otter enkel de buikholte van de vis weg wat leidt tot de inmiddels alom bekende, maar volstrekt natuurlijke, horrorscenario’s op de oevers van geliefde hengelsportwateren.

Met nadruk dient echter vermeld te worden dat de otter zich zelden zal vergrijpen aan prooivissen groter dan 25 cm (waaronder best eens een jonge karper het slachtoffer kan zijn).

De diepte waarop een otter zijn voedsel vindt ligt doorgaans tussen een waterdiepte van 1-6 meter maar ook in kleine beken met een diepte van 10 cm kan het dier prima foerageren. Indien nodig kan hij dieptes bereiken van maar liefst 18 meter. Een duik kan tot 4 minuten lang duren.

De periode waarin de otter foerageert ligt tussen 21.00 uur in de avond en 04.00 uur in de nacht al kan de otter in erg rustig gelegen gebieden best nog wel eens door de dag heen actief zijn. Ondanks dat de otter zijn voedsel hoofdzakelijk in het water vindt legt het dier tijdens de zoektocht naar voedsel grote afstanden af over de oever waarbij voldoende beschutting een must is.

Bijplaatsing otters - Foto: Karsten Reiniers ARK Natuurontwikkeling

De soort die wij in Nederland kennen leeft solitair en is sterk territoriaal. Het territorium van een otter bestrijkt een oeverlengte van 4-10 km per individu of enkele tientallen km² moeras-/plassengebied. Daarbij kunnen de verschillende territoria (meestal die van een mannetje en een vrouwtje) elkaar nog wel eens overlappen.

De paring van de otter is niet seizoensgebonden en per worp worden er 2-3 jonge dieren geboren. De mate waarin de otter zich voortplant is sterk afhankelijk van het beschikbare voedsel in het betreffende gebied (iets om in het achterhoofd te houden voor het vervolg van dit artikel).

In rust houdt de otter zich schuil in dicht struweel, wortelstelsel, kunstmatige schuilplekken, of maakt hij o.a. gebruik van een verlaten holen van bijv. konijnen, dassen of constructies van de bever. Deze schuilplekken hoeven niet per definitie kort bij de oever gelegen te zijn maar kunnen tot op vele honderden meters van de watergrens verwijderd liggen. De otter houdt geen winterslaap.

Ecologische waarde en bestaansrecht

Een stukje ecologie;. Een veel bevochten onderwerp binnen het kader van natuurbehoud is het thema soortendiversiteit; waarom is soortendifferentiatie van belang of juist niet?

Een ecosysteem zouden we kunnen zien als een fietswiel waarvan elke afzonderlijke spaak een soort betreft uit onze inheemse flora of fauna. Om dat wiel een bepaalde draagkracht te geven zijn een zeker aantal spaken vereist oftewel een zeker aantal soorten. Over hoe groot dat aantal moet zijn wordt onder ecologen nogal gebakkeleid. Echter, dat er een bepaald minimum bestaat staat inmiddels buiten kijf. Een goed functionerend ecosysteem vormt als het ware het fundament van een gezond milieu. In het verlengde van het gebruikte voorbeeld zou je kunnen stellen. De naaf in het centrum van het wiel is het fundament, de velg een gezond milieu, met daartussen de spaken die het geheel in balans houden. Een ecosysteem dient een bepaald aantal soorten te bevatten om bepaalde fluctuaties in de natuur te kunnen incasseren. Net als één gebroken spaak van een wiel de draagkracht van het rad nog niet direct beïnvloed zo betekent het einde, of de tijdelijke afname, van een bepaalde soort nog niet het einde van een ecosysteem. Maar wat als er door een enorme klap meerdere spaken ineens knappen? Dan nog moeten er voldoende spaken resteren om het wiel draaiende en rond te houden. En zo werkt dat ook binnen een ecosysteem.

Maar wie bepaalt dan wanneer een ecologisch stelsel verzadigd is, welke inheemse dieren (of exoten) uiteindelijk nuttig en welke schadelijk zijn ? Mag de mens wel beslissen over bestaansrechten? De otter is een op en top inheems Nederlands zoogdier dat in mijn ogen niet enkel het recht van bestaan verdient maar tevens een dier is dat, wanneer het goed gedijt, getuigt van een hoogwaardige, evenwichtige en schone biotoop. Wat mij betreft heeft het debat omtrent het wel of niet mogen bestaan van de otter in ons land dan ook ‘geen recht van bestaan’.

Otter met blankvoorn

Over troetelotters en knuffelkarpers

Zoals gezegd wordt de otter wel eens betiteld als “Het speeltje van de natuurbeschermers”. Een dubieuze en dubbelhartige insinuatie wanneer deze van de tong van een karpervisser rolt, niet? Is de term ‘speeltje’ er niet eerder een die we toe zouden kunnen schrijven aan de karper zoals die een rol vertolkt binnen de moderne hengelsport? Ik verafschuw de thans opkomende trend waarbij wateren met een duidelijke hengelsportfunctie doelbewust omgevormd worden tot commerciële karperwateren. En precies daar ontmoeten (vetgemeste) karper en otter elkaar. Een gevalletje van de kat op het spek binden. Wanneer een dergelijke put gelegen is in het stroomgebied van een niet al te visrijke meander valt het een otter niet te verwijten wanneer deze dankbaar gebruik maakt van een dergelijke overvloedig gedekte dis.

Gedekte tafel
Daarnaast zijn er onze geliefkoosde karpers, meestal op gesloten of semigesloten wateren, met naam en vangstregister. Onze target vissen. Karpers die continue en levenslang gebukt gaan onder onze eigenste ‘predatiezucht’ en prestatiedrang.
Over speeltjes gesproken…

Dat uitgesproken hebbende zijn we aanbeland bij de kwestie sentiment. Merkwaardig en theatraal, woorden die me vast nog een poos nagedragen gaan worden, zo zou ik de hedendaagse karpervisserij in zijn algemeenheid karakteriseren. Merkwaardig is hoe deze gespecialiseerde visserij geëvolueerd is in een bijna pathetische benadering van/ omgang met karperbestanden of individuele karpers. Een houding waarvoor we vooral veel empathie willen zien vanuit een, meestal volstrekt onverschillige buitenwereld.  Voor ons lijkt het misschien vanzelfsprekend een karper te koesteren ware het je eigen vlees en bloed, voor elk ander strookt deze affectie voor een vis in de vrije natuur niet met de demarche van the circle of life. En logisch ook, wanneer je eerlijk bent.

In een land waar de vrije natuur en ons milieu gebukt gaat onder de bevolkingsgroei en daarmee gepaard gaande bebouwing, asfaltering en een sterk intensiverend verkeer zou je toch mogen verwachten dat de recreant, ook wij als sportvissers, bereid is water bij de wijn te doen en ecologische belangen boven de persoonlijke recreatieve belangen te stellen. Toch blijkt dat niet uit weerspannige houding jegens het natuurbeheer zoals deze geregeld getoond wordt op diverse fora.

De samenwerking tussen waterschappen, hengelsportfederaties, natuurconservators en het bedrijfsleven maakt het immers meer en meer mogelijk een goed ecologisch functioneren van onze buitengebieden te combineren met recreatie. Daartoe is dikwijls maatwerk vereist wat, volkomen onterecht, tot nogal wat ongenoegens leidt onder een grote groep sportvissers. Maar wanneer het natuurlijke (grote) open watersystemen betreft is protest jegens natuurherstel vanuit recreatief oogpunt absurd en dwaas. Daar moeten we echt af van ons marginale denken vanuit een strikte hobbyistenvisie.

Graag zien wij karpervissers dat Cyprinus carpio op elke stroom of poel zijn rondjes zwemt. Daar werken we met zijn allen hard aan. Opmerkelijk daarbij is wel dat, een deel van ons, op hetzelfde moment de karper wil onttrekken aan de voedselketen, oftewel, aan de levensloop zoals de natuur die bedoeld heeft. Op zijn minst merkwaardig… Merkwaardig of niet er bestaan dus situaties waarin een, steevast gesloten, water een duidelijke functie als hengelsportwater heeft. Het type water waarin legendarische karperbestanden huizen of wateren met een grotere biomassa die bij de sportvisser geliefd zijn vanwege de lagere moeilijkheidsgraad. Ik mag dan geen groot liefhebber zijn van dergelijke putten maar een beetje inlevingsvermogen kan ik in deze nog wel opbrengen.

Zoals er ontsnipperingsmaatregelen getroffen worden om de verspreiding van de otter en andere diersoorten te bevorderen, zo moet het in samenwerking en goed overleg met hsv’en, federaties, gemeenten, waterschappen en natuurbeheerders mogelijk zijn wateren met een duidelijke hengelsport functie af te schermen voor waterroofdieren als de otter.

Tot slot

Wanneer je als karpervisser eens de moeite neemt een lezing of workshop bij te wonen van natuurbeheerders of natuureducatieve instellingen zul je al gauw merken dat men onze ‘nieuwe wildernis’ zeker niet beschouwd als een speeltuin. Men werkt, daar waar mogelijk, op doordachte en constructieve wijze aan het herstel van onze natuur naar authentieke waarden zoals die ooit golden voor het betreffende gebied. Daarbij is men, leert mijn ervaring, zeker niet te beroerd om zichzelf zo nu en dan eens de spiegel voor te houden.

Want jazeker, het loopt wel eens anders dan verwacht. Of, zoals dat het geval is bij de bever, veel beter dan bedoeld. Maar bedenk dat het herintroduceren van inheemse dieren vaak een zeer complexe zaak is, en dat onevenwichtigheid doorgaans het gevolg is van onze tomeloze drang tot vooruitgang en economisch welvaren.

Soms zullen wij door toedoen van een otter afscheid moeten nemen van misschien wel een fraai beschubde projectspiegel, in het ergste geval van een Houdini als Naefje of een op en top avonturier als ‘de Vluchteling’. Die kans is zeer gering maar niet ondenkbaar. Hier wordt een stukje acceptatie van ons gevraagd. Een vernieuwde zienswijze vanuit de hengelsport. Het is voor de natuurliefhebber al evenzeer bedroevend, of zelfs betreurenswaardiger aangezien het geen natuurlijke doodsoorzaak betreft, wanneer een das, otter of wilde kat bloedend op het asfalt komt te overlijden.

Het zijn benarde tijden. Afschuwwekkende etnische kwesties kijven beurtelings om aandacht met trending topics als welzijn, economische groei en de zorg voor natuur en milieu. Welke kant het kwartje op zal vallen is nog maar de vraag. Maar ik ben een ‘muser’ zoals de Engelse dat zo mooi zeggen. Een dromer die ondanks de thans zo beklemmende exponentiële bevolkingsgroei blijft geloven in het herstel van het evenwicht tussen mens en natuur waarbij economische en ecologische belangen elkaar niet langer schaden.

Zoals de Belgische filosoof Karel Boullart ooit zei; Wie geen dromen heeft, heeft evenmin een werkelijkheid.

     

Lutra lutra, symbool van de Lage Landen, dat je gegeerd en geliefd mag zijn. Slàinte!

Patrick Stultjens

Facebooktwittergoogle_plusmailFacebooktwittergoogle_plusmail